SLAVENREGISTERS IN 2018 ONLINE

'Boeiende bronnen voor gemengde gevoelens' 

Coen van Galen, de initiator van de campagne 'Maak de Surinaamse slavenregisters openbaar' behaalde vorige week de crowdfunding target voor zijn project. “Dat betekent dat de publieksdatabase van de slavenregisters uiterlijk tegen juni 2018 online kan zijn en voor een ieder beschikbaar kan zijn met Keti Koti 2018,” vertelt hij.

Hij is daar blij mee, want “het digitaliseren en oneindig toegankelijk maken van de slavenregisters” zal volgens hem veel duidelijkheid verschaffen over het gezamenlijke slavernijverleden van Nederland.

Mensen in slavernij werden voortdurend in een minderwaardige positie gehouden: ze hadden soms voornamen die je als ouder nooit aan een kind zou geven, zoals Winst, September, Alert, Londen.

De historicus die doceert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen vertelt bijvoorbeeld hoe de digitalisering aan een ieder zal laten zien hoe slaafgemaakte mensen bewust achtergesteld werden. “De slavenregisters zijn hele boeiende bronnen voor onderzoek, maar ze roepen bij mij ook een gemengd gevoel op. Als je de slavenregisters doorkijkt, dan is het overduidelijk dat zelfs de manier waarop mensen geregistreerd werden bijdroeg aan hun achterstelling. Mensen in slavernij werden voortdurend in een minderwaardige positie gehouden: ze mochten geen achternamen hebben (alleen vrije mensen hadden dat) en hadden soms voornamen die je als ouder nooit aan een kind zou geven, zoals Winst, September, Alert, Londen. Daarnaast werden familieverbanden niet geregistreerd: slaafgemaakte mensen mochten niet getrouwd zijn en de enige erkende relatie (naast die met de eigenaar) was die met hun moeder. Mensen in slavernij hadden officieel geen vader.”

“Volgens mij is die achterstelling de kern van slavernij. De meeste mensen denken bij slavernij aan zwepen en kettingen, maar als je weet dat rond 1830 ruim 85% van de Surinaamse bevolking in slavernij leefden (buiten Paramaribo was dat percentage nog veel hoger), dan kun je snappen dat deze mensen er niet onder gehouden konden worden met geweld alleen. Een veel machtiger middel om mensen er onder te houden was door ze het gevoel te geven en in stand te houden dat ze minderwaardig zijn.”

Van Galen initieerde het project anderhalf jaar geleden, nadat hij toen voor het eerst hoorde over de Surinaamse slavenregisters. “Er was toen onder historici al langer sprake van dat de slavenregisters eigenlijk gedigitaliseerd zouden moeten worden voor onderzoek, maar dat was door gebrek aan tijd en geld niet gebeurd. Ik ging me in de registers verdiepen en ontdekte dat het registers waren waarin vrijwel alle mensen staan vermeld die in Suriname in slavernij leefden. Ik vond dat schokkend. Hoe kon zo'n belangrijk historisch document over ons slavernijverleden nog niet digitaal beschikbaar zijn? Ik besefte me ook meteen dat de slavenregisters niet alleen interessant zijn voor wetenschappelijk onderzoek, maar juist ook voor een breed publiek en de samenleving als geheel. Ik heb toen maar besloten om niet te wachten op geld, maar in mijn vrije tijd naast mijn werk aan de slag te gaan om de slavenregisters te gaan digitaliseren,” vertelt hij.

Hij legde eerst contact met historicus Maurits Hassankhan van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, omdat het project het best kon werken als Nederland en Suriname het samen deden. “Maurits was meteen enthousiast en toen hebben we er echt werk van gemaakt.”

Het Nationaal Archief Suriname (NAS) is de eigenaar van de slavenregisters. “Voor ons is het NAS en landsarchivaris mevrouw Tjien-Fooh een goede samenwerkingspartner,” zegt Van Galen. Hij legt uit dat de campagne belangrijk was omdat het NAS niet de middelen ertoe heeft.

Het totale project om de slavenregisters te digitaliseren kost 80.000 euro. Samen met de Stichting voor Surinaamse Genealogie vroeg Van Galen de helft daarvan aan bij het Prins Bernhard Cultuurfonds. Daarnaast heeft een wetenschapsfonds 10.000 euro in het project gestoken en de Radboud Universiteit 5.000 euro.

Voor het laatste cruciale bedrag van 25.000 euro startten ze de campagne 'Help mee! Maak de Surinaamse slavenregisters openbaar'. “Daarnaast hoopten we vrijwilligers te werven en, misschien wel het allerbelangrijkste: we wilden via de campagne een positieve bijdrage geven aan de slavernijdiscussie, door het onderwerp in de media en op Facebook te krijgen en mensen te laten praten en nadenken over wat slavernij eigenlijk was,” vertelt hij.

De reacties van het publiek zijn echt overweldigend zegt hij. In de eerste twee weken liep de campagne nog moeizaam, omdat veel mensen eerst wilden weten wie er zat achter de campagne. “Ook kreeg ik toen nog vrij veel opmerkingen van het type 'waarom betaalt de Nederlandse overheid niet' en 'Waarom moet ik betalen voor iets waar ik me niet schuldig over voel?'. Maar doordat dit een project is waar iedereen op een constructieve manier aan mee kan werken om ons gezamenlijke slavernijverleden zichtbaar te maken ontdooide die achterdocht gelukkig snel. Van alle kanten kreeg ik steun: van genealogen (familieonderzoekers), van veel Surinaamse organisaties, van de vereniging van voormalige TRIS-militairen, van heel veel particulieren, verenigingen en bedrijven. Het mooie is dat zowel donateurs als vrijwilligers nu een heel gemengd gezelschap zijn: jongeren, ouderen, mensen met allerlei verschillende achtergronden.”

Nu de mijlpaal van 25.000 euro bereikt is, kan het project doorgaan, het Nationaal Archief Suriname starten met het digitaliseren van de slavenregisters. Van Galen: “Daarna kunnen we samen met de vrijwilligers de scans in een database openbaar maken. Behalve de praktische kant van het project vind ik het ook een enorme opsteker dat zoveel mensen het project steunen. Meer dan 700 mensen hebben zich aangemeld als vrijwilligers en donateurs en er komen dagelijks nog steeds nieuwe donaties en vrijwilligers bij.

Voor het project 'Help mee! Maak de Surinaamse slavenregisters openbaar' zijn er nog vrijwilligers nodig. Van Galen deed een oproep: "Doe mee en meld u aan via: www.ru.nl/slavenregisters"

Van Galen vertelt dat het digitaliseren door het Nationaal Archief Suriname gestaag loopt. “De digitale foto's komen naar verwachting eind april beschikbaar, zodat we ze dan op de website velehanden.nl kunnen plaatsen. Als ze daar op de website staan, dan kunnen alle vrijwilligers aan de slag om de informatie uit de digitale foto's over te zetten in een database; dat werk moet handmatig gebeuren, omdat de slavenregisters met de hand zijn geschreven en niet door een computer ingelezen kunnen worden. Vermoedelijk gaat dit overzetten ongeveer een half jaar duren, dus kan het tegen eind september klaar zijn. Dan moet de database nog bewerkt worden. Er worden twee versies van gemaakt: een wetenschappelijke onderzoeks-database en een publieksdatabase die doorzoekbaar wordt voor het publiek. Doel is om de publieksdatabase in het voorjaar van 2018 af te ronden.”

De publieksdatabase wordt onderdeel van de nieuwe website van het Nationaal Archief in Den Haag en van de website van het Nationaal Archief Suriname. Daar is voor gekozen zodat de database ook op langere termijn voor het publiek beschikbaar blijft: een projectwebsite gaat na een aantal jaren offline, maar bij de Nationale Archieven wordt het onderdeel van het digitale archief en blijft het in principe

En het mooiste: het gebruik van de archieven kost niks. Van Galen vertelt dat de nationale archieven geen geld vragen voor het gebruik van informatie op hun websites; De afspraak is dat ze dit ook niet zullen doen voor de slavenregisters.