Vier en een half jaar nadat demonstranten van Kick Out zwarte piet in Volendam werden bekogeld, geslagen en weggejaagd, oordeelde de rechter deze week dat dit extreem geweld was tegen een vreedzaam protest. Drie mannen uit de stad -twee broers en een visboer- zijn veroordeeld voor extreem geweld tegen vreedzame demonstranten van Kick Out zwarte piet.
De rechtbank op Schiphol oordeelde dat zij niet alleen visafval, eieren en oliebollen naar de betogers gooiden, maar ook deel uitmaakten van de groep die de demonstranten opzocht en geweld pleegde.
Twee van de mannen kregen een taakstraf van 80 uur, met als alternatief 40 dagen cel; de visboer die met het gooien van visafval de toon zette, kreeg 60 uur, of één maand gevangenisstraf als hij die niet uitvoert. Daarbovenop moeten de drie de schade die zij hebben verricht aan de bussen vergoeden, immateriële schade betalen aan hun slachtoffers en de proceskosten dragen. De rechter rekende de mannen het zwaarst aan dat zij een grondrecht hadden verstoord: het recht om te demonstreren.
Voor de demonstranten, die viereneenhalf jaar op deze dag wachtten, overheerste opluchting. Jerry Afriyie, medeoprichter van KOZP, was in de rechtszaal aanwezig en noemde het vonnis “een hele opluchting”.
“Het recht op demonstratie is voor mij heilig.”
De stortvloed aan reacties die online volgde op de overwinning van antiracisme op racisme, liet precies zien waarom deze zaak nog altijd nodig was.

Een muur van geweld
Het begon op zaterdag 4 december 2021. De oorspronkelijke demonstratie was in november gepland en zou niet in het centrum van Bolendam plaatsvinden, maar werd afgelast. Toen er alsnog een alternatieve sinterklaasoptocht ontstond, liep een groep van enkele tientallen KOZP’ers de markt van Volendam op om te demonstreren tegen Zwarte Piet en tegen het structurele racisme in het vissersdorp.
Binnen enkele seconden ontstond wat de demonstranten zelf “een muur van geweld” zijn gaan noemen. Er werd gegooid met visafval, eieren, oliebollen, vuurwerk, waterflessen, stenen en sigarettepeukjes. Demonstranten werden fysiek belaagd en geslagen. Vrouwelijke betogers werden door Volendamse mannen aangevallen. Volgens KOZP werden de actievoerders door zeker vierhonderd inwoners omsingeld. De bussen waarmee ze waren gekomen, raakten zwaar beschadigd. Pas na vijftig minuten brak de politie de demonstratie op en leidde de betogers onder escorte het dorp uit. “Volendam zal voor altijd een traumatische ervaring blijven,” zei demonstrant Marisella destijds. “Toen het vuurwerk werd gegooid dacht ik: we komen niet heelhuids weer thuis.”
Afriyie deed na het incident aangifte, maar het Openbaar Ministerie besloot aanvankelijk om niemand te vervolgen. KOZP legde zich daar niet bij neer en stapte naar het gerechtshof, dat opdracht gaf tot nader onderzoek. Het opsporen en beoordelen van het bewijs nam jaren in beslag, ondanks het feit dat er overvloedig beeldmateriaal beschikbaar was.
Juist dat maakt de overwinning bitterzoet. Een groot deel van de geweldplegers is nooit vervolgd, omdat de autoriteiten hun verantwoordelijkheid niet volledig namen. Drie mannen stonden deze week terecht, maar de meute bleef grotendeels buiten schot. “We kunnen niet zeggen dat het recht heeft gezegevierd,” stelt KOZP.
Afriyie noemde de uitspraak “een mooi begin” en benadrukte dat het demonstratierecht voor iedereen geldt, “óók wanneer je het niet eens bent met de boodschap”. De verdediging heeft inmiddels hoger beroep aangekondigd.
Reacties
Nauwelijks was het nieuws van de veroordeling bekend, of onder de berichtgeving verscheen een stortvloed aan commentaren.
Veel reageerders ontkenden simpelweg dat er een probleem bestaat: het is “gewoon traditie”, “onze cultuur”, “een kinderfeest”, en wie er racisme in ziet heeft “een zieke geest”. Anderen draaiden dader en slachtoffer om en noemden de demonstranten de echte agressors, “provocateurs” die de confrontatie zelf hadden opgezocht.
Een opvallend deel van de reacties vierde het geweld openlijk. De visboer verdiende “een lintje”, schreven sommigen; “hadden jullie nog veel harder aan moeten pakken,” meende een ander over de Volendammers. Weer anderen grepen terug op de meest beladen anti-zwarte beeldspraak die er bestaat en vergeleken de activisten en zwarte mensen met apen, of gebruikten ronduit het n-woord. Er werd opgeroepen om “op te rotten naar de zandbak”. Een enkeling ging zelfs zo ver te wensen dat de activisten nooit geboren waren. Daartussendoor circuleerden bekende afleidingsmemes, over de rol van Afrikanen in de slavenhandel, of over “het uitmoorden van blanke boeren in Zuid-Afrika”.
KOZP heeft jarenlang volgehouden dat de reactie op hun protesten zélf de beste illustratie is van het racisme dat ze bestrijden.
Een patroon
Volendam staat niet op zichzelf. In Dokkum blokkeerden de zogenoemde “blokkeerfriezen” in 2017 een bus met demonstranten. In Eindhoven (2018) werden betogers bekogeld onder het oog van de politie. In Den Haag werd in 2019 een aanslag gepleegd op het pand waar KOZP vergaderde. In Staphorst (2022) werden demonstranten belaagd door een meute relschoppers; drie daders werden veroordeeld. En in De Lier (2023) perkte een burgemeester het demonstratierecht zo zwaar in dat de rechter eraan te pas moest komen.
KOZP is eind vorig jaar opgeheven, maar de strijd is niet afgelopen