Hoezo, "In Jezus name amen"? Die schijnheiligheid van Afro-Surinamers bij Wintiprey, kabra neti en dede oso is misselijkmakend.

Schijnheiligheid van Afro-Surinaamse christenen is misselijkmakend

Geloof het, of niet. Anno 2021 sluiten kawina- en kaseko bands de “laatste vloot” van hun muzikaal optreden, uit kennelijke onwetendheid of naïviteit, nog steeds af met: “In Jezus name amen”. Maar, hoezo dan? Het verbaast me dan hoeveel van de aanwezigen die vier woorden, zonder blikken of blozen, nog uit hun goro goro kunnen krijgen. Eerst dansen ze nog respectvol voor hun béré Aisa, pasi leba, ampūku gadu, béré vodū, famiri bakru en gran Kabra. Opgezweept door de drumpatronen op de mandron en de melodieuze teksten die herinneren aan fosten, neemt de ene na de andere winti en bigisma, bezit van hun bewustzijn. Sommigen dansen zelfs heel stijlvol. Prachtig om mee te maken.

Maar, op het einde van het feest krijgen ze plots last van hun christelijk geweten en moet er dus nog een laagje christelijke smeltjus over al die winti en obia futu worden gegoten. Afgaand op het gedrag van deze feestgangers, is een verjari of Wintiprey kennelijk pas geslaagd, als die ‘magische woorden’ op hysterische wijze zijn uitgesproken. Verering van hun winti en gran bigisma is kennelijk toch niet goed genoeg. Dus nemen ze het ‘zekere’ voor het onzekere. Want, denken ze, is die gado sey ook gedaan. Je weet het toch maar nooit hè? Die onbeschaamde schijnheiligheid, het ophouden van die christelijke schijn, is misselijkmakend! Wanneer dringt het besef tot hen door dat Jezus niet God is en dat God niet Jezus is?

Christelijke liederen tijdens kabra neti? Een regelrecht affront tegenover onze gran bigisma!

Het zingen van christelijke liederen tijdens kabra neti wordt op een heel merkwaardige manier gerechtvaardigd. Voorstaanders van toevoeging van die christelijke smeltjus menen dat onze voorouders ook christelijk waren en zijn opgegroeid met die liederen en teksten. Ze kennen die liederen, dus moeten deze teksten tijdens de kabra neti voor hen ten gehore worden gebracht. En alsof dat niet erg genoeg is, moet er ook nog een EBG-dominee aan te pas komen om de christelijke zegen over de kabra neti uit te spreken.

Waar ze zijn we mee bezig? Wie houdt wie voor de gek? Waar blijft de zelfwaardering, de appreciatie van wat van ons is? Maken Winti liederen deel uit van de christelijke liturgie? Voeren EBG-dominees in hun kerk ooit plengoffers uit voor onze gran bigisma? Komt er een duman of Winti priesteres aan te pas tijdens kerkdiensten? Dacht ik ook niet. Winti is met een eigen kosmologie, theologie, normen en waarden en levensfilosofie, sterk genoeg om op eigen benen te staan. We hebben dat verzuurd christelijk sausje niet nodig bij de verering van onze gran bigisma tijdens de kabra neti.

Afrikanen kenden God al lang voordat Europeanen hun koloniaal geloof aan ons opdrongen

Waar komt dan die drang vandaan om tijdens kabra neti christelijke liederen te zingen? Is het onwetendheid, angst, onzekerheid, of onbekendheid over de waarde van Afrikaanse godsconcepten waaruit Winti is samengesteld? Iedereen met een milligram historisch besef weet dat het West Europees christendom hardhandig aan ons werd opgedrongen. Wij werden bij aankomst in Suriname meteen gekerstend en mochten God niet meer dienen op de wijze zoals we dat gewend waren in Afrika. We mochten onze eigen talen niet meer spreken en werden met de langa wipi en de Spaanse Bok tot bloedens toe afgeranseld als we toch deden wat we niet konden laten. 

Onze gran bigisma gebruikten in Afrika verschillende namen voor God zoals; Keduampon, N’Zambi Umpūngu, Mawu-Lisa en Olorun. Het verzonnen verhaal van een witte man met lange baard en blauwe ogen die als ‘zoon van God' over water liep en uit de dood is verrezen, is onze voorouders bij aankomst in Suriname aangeleerd. Die onzin kan dus ook weer worden afgeleerd.

“Maria Bun Mama” zingen tijdens uitvaartdiensten en dede oso getuigt van wanhoop en creatieve armoede

Er zijn nog zang- en muziekgroepen die tijdens uitvaartdiensten en dede oso, kennelijk uit onwetendheid en een onderontwikkeld Afro bewustzijn, steeds terugvallen op de nietszeggende, eentonige, onritmische christelijke troostliederen. Waar komt die drang toch vandaan? Waarom willen Afro-Surinamers toch zo graag christelijke liederen op uitvaartdiensten en dede oso horen? Houden die zang- en muziekgroepen van armoede, dus bij gebrek aan beter, vast aan het christelijk repertoire? Of vertolken zij muzikaal de wanhoop van hun opdrachtgevers? Ik heb in mijn nieuwe boek Winti Academia aangetoond dat die Jezus en Maria teksten over de verzonnen ‘zoon’ en ‘moeder’ van God, helemaal niet passen in onze Afrikaanse spirituele realiteit.

Gelukkig zijn er zanggroepen, zoals de millenials van Black Harmony, die dergelijke liederen voorgoed uit hun repertoire hebben geschrapt. Er is genoeg materiaal in de Afro- Surinaamse cultuur, folklore en orale geschiedenis, waarmee deze creatieve artiesten de juiste spirituele toon kunnen raken. Hierdoor zijn ze in staat voor die specifieke gelegenheid, het juiste gevoel bij hun publiek over te brengen. Een goed voorbeeld verdient navolging!

“Nee hoor mijnheer Babel, ik ben niet met die dingen”.

Anno 2021 komen christelijke Afro-Surinamers niet op familiefeestjes indien ze vermoeden dat er een, trowé watra (plengoffer) ritueel, zal worden uitgevoerd als verering van hun eigen voorouders, de kabra. Maar, honderd keren “Wees Gegroet Maria” bidden op de rozenkrans en de aanroeping van christelijke heiligen, is niets anders dan verering van geesten van overledenen, kabra dus.

Aan kerktrouwe Afro-Surinamers wordt een christelijke worst voorgehouden dat een messias hen ooit komt bevrijden uit de zelf gecreëerde spirituele verwarring. Ofschoon ze heel graag die schone schijn ophouden, zijn ook Afro-Surinaamse christenen niet gevrijwaard van oer-menselijke eigenschappen als takru maniri, bigi ay en wisi hati. Het is een idee- fixe dat iemand hen uit de dood zal wekken en naar één of ander hemelparadijs zal leiden, waar ze voor eeuwig tussen witte heiligen en witte engelen zullen voortleven.

Door slecht voorbeeldgedrag creëren Afro christelijke ouders spirituele disbalans bij hun kinderen

Een deel van de Afro-Surinaamse families is Wintisma, terwijl een ander deel nog door de pastoors, dominees en hun zwarte futu boi, door leugens, klinkklare onzin en ongefundeerde bangmakerij over Winti, geestelijk worden gegijzeld. De brainwashing en indoctrinatie heeft zich in de verwarde geest van deze zondags-christenen tot een religieuze schijnrealiteit ontwikkeld. Die schijnrealiteit leidt ertoe dat Afro-Surinamers de Afrikaanse spirituele identiteit als vanzelfsprekend onderdrukken. Ze zijn in die religieuze comateuze toestand blijven hangen, zijn niet meer wakker te krijgen en dragen die spirituele verwardheid over aan hun nakomelingen. Met alle gevolgen van dien.

De "laatste vloot" klinkt als een valse noot en toont een diepere spitituele nood bij christelijke Afro-Surinamers

De hysterische uitroep “In Jezus name amen” tijdens de “laatste vloot” van een Wintiprey of een verjaardagsfeest, heeft geen toegevoegde waarde. Christelijke liederen zingen tijdens een kabra neti, is een regelrecht affront ten opzichte van de gran bigisma die, geheel tegen hun wil, als slaafgemaakten werden gekerstend. Het is een hardnekkige misvatting dat door het zingen van christelijke troostliederen tijdens begrafenisplechtigheden of dede oso, de overledene in de witte christelijke hemel terechtkomt. Het zijn de gran Bigisma die namens gran Gado Keduampon beslissen over toelating tot de Samandow, niet Jezus of Maria.

Afro-Surinamers kunnen gerust volstaan met een puur Afrikaanse verering van de verschillende winti en gran bigisma tijdens de winti prey, verjaardagsfeest en kabra neti. Al die christelijke tierlantijntjes zijn uit den boze en openbaren slechts de eigen shijnheiligheid. Verzoeken wij de spirits, vanuit een oprecht ledig gemoed, om gezondheid en succes bij alles wat we ondernemen en inspiratie om steeds het goede na te streven, dan komt het allemaal uiteindelijk wel goed.         

Begi na lusu. Ay sa si, yesi sa yéré!  Ini nem fu wi alamakti gran Gado Keduampon. Gado wortu, Gado krakti, Gado lobi, tangi Gado.   

Baba Kenneth Vers Babel, 

Winti fundamentalist.