Wrak van Portugees slavenschip São José gevonden

Morgen, dinsdag 2 juni, zullen het Amerikaanse , het Zuid Afrikaanse Iziko Museums, het en andere partners in Kaapstap aankondigen dat het wrak van het Portugese slavenschip São José is gevonden.

Dit meldt de New York Times vandaag. De krant citeert onderzoekers die claimen dat het de eerste keer is dat een wrak is gevonden van een schip dat zonk met slaven aan boord.

De São José Paquete Africa zeilde op 3 december 1794 uit Mozambique, aan de oostkust van Afrika, voornemens om haar vracht gevangengenomen Afrikanen af te leveren voor de suikerplantages van Maranhão, Brazilie, 7.000 mijl over de Indische Oceaan en de Atlantische Oceaan heen.

De vracht, 400 tot 500 verdoemde mensen, zat in het donkere, muffe ruim. Met uitzondering van enkele momenten per dag om te luchten en zich te rekken, zouden ze hier de overtocht maken, geboeid, lichaam-aan-lichaam tegen elkaar gestuwd als sardines in een blik, met hun ruggen tegen de vloer aan. De tocht kon wel vier maanden duren.

Het duurde maar 24 dagen. Het schip vertrok met een sterke wind in haar rug en zeilde voorspoedig langs de gevaarlijke Kaap de Goede Hoop, waar het toch nog op de klippen liep bij Kaapstad, op nog geen 100 meter van de kust, in diep, turbelent water.

De Portugese kapitein en zijn bemanning zouden het overleven en ze konden de helft van de Afrikanen redden. De andere helft, zo’n 212 mannen, vrouwen en kinderen, gingen met het gedoemde schip ten onder.

Voor het “Smithsonian’s National Museum of African-American History and Culture” dat volgend jaar zijn deuren opent in de National Mall in Washington, sluit de vondst een zoektocht van meer dan tien jaren af.

Lonnie Bunch, de oprichter en directeur, vertelde aan de New York Times dat hij per sé iets van een slavenschip in het museum wilde hebben. “Hoe moeilijk kon het zijn?” Moeilijker dan ze hadden gedacht. Onderzoekers begonnen bij maritieme musea in Liverpool en Lissabon, maar vonden er niks. Ze kwamen op het spoor van een schip dat in de jaren 1790 uit Ghana vertrok met 144 man en zonk bij Cuba, maar het bleek te gecompliceerd om te proberen naar dat vaartuig te duiken.

Maar in 2010 hoorden ze van ene Jaco Boshoff, een maritieme archaeoloog van het Iziko Museum in Kaapstad, dat er niet ver van de kust een wrak gevonden was. Het was geїdentificeerd als het Nederlandse koopvaardijschip Schuylenberg dat in 1756 verging, maar na een paar keer duiken kwam Boshoff tot een geheel andere conclusie. De stukken die hij vond wezen op een ander schip.

Het uiteindelijke bewijs dat dit het wrak van een slavenschip betrof kwam toen er tussen de stukken die de duikers vonden, ijzeren blokken waren; ijzeren blokken dienden op de slavenschepen als stabiel ballast. Menselijke vracht woog niet veel en kon van dag tot dag variëren, want vaak gingen de tot slaaf gedoemden dood tijdens de overtocht. De ijzeren blokken hielden het schip in balans wanneer de vracht ineens minder woog. Paul Gardullo, historicus en conservator van het Smithsonian African-American museum verklaart: “Ballast is als een soort watermark van de slavenhandel.”

Het bewijs zou nog ijzingwekkender worden. In 2011 vond Boshoff in dearchievenn van de Westkaap een belangrijk document: een verslag van kapitein Manuel João van de São José, over wat gebeurde op 27 december 1794 toen het schip zonk.

Het schip bleef dichtbij de kust om aan de sterke wind te ontsnappen, maar liep daardoor vast op de klippen. Het begon in tweeën te breken en omdat ze hun vracht als waardevol beschouwden probeerden de kapitein en zijn bemanning iedereen in het ruim te redden. Het mocht niet baten. Een boot die werd gehaald van de kust, haalde het niet door de sterke wind.

De helft van de Afrikanen verdronk. Het drama had zich volgens de documenten die Boshoff vond, precies voltrokken op de plek waar de Lion’s Head Mountain van Kaapstad op uitkijkt, waar nu het wrak gevonden was. Het ultieme bewijs werd geleverd toen uit het bijbehorende scheepsmanifest bleek dat de São José uit Lissabon gevaren was met 1.500 ijzeren ballast blokken.

Dinsdag, wanneer de vondst bekend zal worden gemaakt, zal er ook een herdenkingsdienst worden gehouden bij de plek waar het schip verging. Duikers zullen zand uit Mozambique leggen bij het wrakstuk, als een soort onderwatergraf voor de 212 Afrikanen die in het schip ten onder gingen.

Museumdirecteur Lonnie Bunch zei dat het hem blij stemde uiteindelijk toch een slavenschip te hebben gevonden. “Ik wilde iets vinden zodat we al die naamloze mensen die de dood vonden tijdens de overtocht konden herdenken,” zei hij.

Bunch zei dat het gepast zou zijn als een deel van de herdenkingsdienst zich ook zou richten op de mensen die niet verdronken op 27 december 1794, maar gered werden en naar de kust gebracht werden ... om twee dagen later toch nog verkocht te worden als slaaf.

Foto Iziko Museums: Ijzeren ballast blokken gevonden bij het wrak van het Portugese slavenschip São José.