Vandaag is Internationale Dag van Migranten

Elke migrant draagt een verhaal met zich mee. Zo is er Francine. Zij ontsnapte aan de genocide in Rwanda en leeft al enkele jaren in België. Dit verhaal verscheen op de Belgische , in verband met  Internationale Dag van Migranten.

Haar verhaal is het verhaal van Rwanda, het Land der Duizend Heuvels. Francine had een fijne job in de hoofdstad Kigali. Ze werkte er voor internationale organisaties. Op 6 april 1994 breekt de hel los: een vreselijke genocide eist op drie maanden tijd nagenoeg 1 miljoen mensenlevens.“Mijn man werd voor de ogen van mijn zoon en mijn familie gedood. Ikzelf raakte ernstig gewond en was 2 weken lang buiten bewustzijn. Mijn ouders, vier van mijn broers en zussen, mijn ooms en tantes werden vermoord. Als oudste overlevende nam ik de zorg op van mijn vele neefjes. De situatie was hopeloos maar als ik opgaf, maakte ik het alleen maar erger voor de anderen. Dit was mijn redding. Mijn beulen liepen nog ergens rond, maar ik wou in geen geval uit hun handen eten.”

Nasleep van de oorlog

In 1995 nodigt Amnesty International Francine uit naar Zwitserland om er te getuigen over de genocide voor de campagne ‘Femmes engagées, femmes en danger’. “Toen besefte ik hoeveel troost men vinden kan in praten en begrepen worden. Het was als een therapie voor mij”, aldus Francine. In 1996 krijgt ze van de Zwitserse ontwikkelingssamenwerking een beurs voor een specialisatie ‘ontwikkeling’. Na haar terugkeer in Rwanda zijn de gevolgen van de genocide nog dagelijks voelbaar op straat en in de wijken. Sommige genocideplegers wonen nog in Kigali met de voortdurende vrees opgepakt te worden. Anderen zijn vertrokken, echter zonder hun familie.“Elke dag kwamen we onze beulen of hun familie tegen op straat. Er heerste een verstikkende sfeer van wantrouwen: de schuldigen zijn bang om wat de getuigen weten en de slachtoffers vrezen vergelding.” Ten tijde van de Gacaca (volkstribunalen die werden ingericht om recht te spreken in genocidezaken) legt Francine, in 2005, getuigenis af. Sommige genocideplegers probeerden alle sporen van hun misdaden uit te wissen…

Naar België

In 2005 ontvangt Francine via BTC een studiebeurs voor de Katholieke Universiteit Leuven. “Ik wou aan de studies beginnen voor mijn familie en voor mezelf. Het was een frustratie waar ik al lang mee liep: na mijn middelbare studies (voor 1994), kon ik vanwege de etnische discriminatie niet naar het hoger onderwijs.” Had ze in België willen blijven? “Nee, na mijn aankomst wist ik dat ik hier niet wou wonen en werken. Ik zou hier alleen mijn studies afmaken.” Maar wanneer ze in de zomer van haar eerste studiejaar op vakantie naar Rwanda gaat, dwingen de feiten haar toch asiel te zoeken in België. “Ik werd aangevallen in Kigali. Eerst dacht men aan een roofoverval, maar na mijn terugkeer in België hebben ze mijn familie weten te vinden. Het ging eigenlijk om genocideplegers die waren vrijgelaten.”

Tussen integratie en heimwee

“Ik had geen integratieproblemen. Ik kwam in een studentenmilieu terecht en werd door Rwandezen opgevangen. Ze brachten me in contact met de Rwandese gemeenschap in België en vertelden me waar ik Afrikaanse winkels enz. kon vinden. Mijn asielprocedure duurde slechts twee jaar. Ik ging door een moeilijke periode en voelde me minderwaardig omdat ik als identiteitsbewijs alleen een stuk papier had waarvoor ik maandelijks een verlengingsaanvraag moest indienen. Ik schaamde me om dat papier in het bijzijn van anderen boven te halen. Maar ik heb dan mijn identiteitspapieren van vluchteling gekregen en heb werk gevonden. Later zou ik willen kiezen voor ontwikkelingssamenwerking en mij inzetten in conflictgebieden.” Lijdt ze nog steeds onder de gevolgen van de genocide? “Ik denk er vaak aan, maar ik heb het van me af kunnen praten, het is niet langer een trauma. Mijn zus daarentegen ontsnapte er ook aan, maar de jaarlijkse herdenking van de genocide bezorgde haar telkens weer vreselijke nachtmerries. Naar aanleiding van de tiende verjaardag heb ik iedereen samengeroepen om mijn man te herdenken en ik heb hen dan gevraagd om erover te praten. Sindsdien heeft mijn zus geen nachtmerries meer. Als de genocide en wat die allemaal heeft teweeggebracht niet had plaatsgevonden, was ik in Rwanda gebleven.”