Podcast “De plantage van onze voorouders” belooft een eerlijk relaas over gedeeld slavernijverleden

Peggy Bouva is zo’n type vrouw die niet grapt wanneer het haar afkomst betreft. “Ik heb van al mijn voorouders van wie er foto’s beschikbaar waren, die foto’s aan mijn muur hangen. En ik probeer dagelijks een kaars erbij te branden. Dat doe ik vanuit de Winti geloofsovertuiging en daar is voorouderverering is een belangrijk onderdeel van. Het hoort gewoon bij mijn wekelijks ritueel. Die mensen zijn belangrijk voor me,” vertelt ze.

Bouva was in 2007 gestart met het uitkammen van haar familiegeschiedenis. “Ik had al wat info gevonden, maar ik kwam niet ver. En toen werd mijn vader ernstig ziek en moest ik het laten liggen. Ik was wel voornemens het weer op te pikken …”

Het bleef bij een voornemen; vooral als haar vader ook nog overlijdt. Totdat de voorzienigheid haar een handreiking deed.

Podcastmaker Maartje Duin ontdekt dat haar voorouders, voorname figuren uit een adellijk geslacht, mede-eigenaar waren van de Surinaamse suikerplantage Tout Li Faut. “Mijn moeder is van adel en ik heb me altijd wat ongemakkelijk gevoeld over de ongelijkheid die hierin besloten ligt. Toen bleek dat er ook lijnen naar het slavernijverleden door mijn familiegeschiedenis liepen, was mijn eerste reactie: heb ik daarmee ook schuld?”

De ontdekking over haar voorouders leidt tot prangende vragen. Wat wisten haar voorouders van wat zich afspeelde op de plantage? Hoe kijken de nazaten van de tot slaafgemaakten hiernaar? En wat moeten zij nu met dit gedeelde verleden?


Ze besluit er een podcast aan te wijden -“De plantage van onze voorouders”- , die vanaf 30 mei te beluisteren op en , of via podcastplatforms als Stitcher en iTunes. De serie wordt wekelijks uitgezonden in OVT (VPRO, NPO Radio 1) op zondagochtend vanaf 31 mei, 10.00 uur.


GEZAMENLIJKE JOURNEY

De productie van de uitzending leidt tot een zoektocht die al heel gauw bij Peggy Bouva uitkomt en de twee vrouwen brouwen een opmerkelijk intensieve band met elkaar. Ze gaan samen verder op onderzoek uit, lopen de archieven na, ontmoeten elkaars familie en reizen zelfs samen naar Suriname. “Ik kreeg zelfs mijn moeder zover om mee te komen naar Suriname. Die was aanvankelijk een beetje terughoudend en ik zag hoe zij nieuwe inzichten kreeg,” vertelt Duin.

NIEUWE INZICHTEN

Duin vervolgt: “Er ging een nieuwe wereld voor me open; los van alle kennis over het slavernijverleden die ik op school niet had geleerd, maakte het me ook vrij. Ik had altijd een uitgesproken mening over vrouwenrechten bijvoorbeeld, maar ik merkte toch dat iets me weerhield om me uit te spreken over zwarte Piet; ook al was ik het ermee eens dat die moest veranderen. Ik wilde me ermee verbinden, maar ik wist niet hoe, en ik had ook ergens het vermoeden dat mijn familie er een dubieuze rol in had gespeeld. Nu ik me meer in het zwarte perspectief op onze vaderlandse geschiedenis heb verdiept, en het aandeel van mijn eigen familie heb onderzocht, voel ik me nu veel vrijer dan voorheen. Ik kan het iedere witte persoon aanbevelen om zich open te stellen. We kijken op een bepaalde manier naar geschiedenis en we moeten accepteren dat er mensen zijn die er een andere kijk op hebben. Ik snap de angst en de terughoudendheid wel, maar het bevrijdt wel als je weet hoe het zit. We hebben veel om in te halen, zowel in kennis als in empathie.”

Bouva vertelt dat zij snapt dat het voor Duin wellicht een grote stap zal zijn geweest om op zo’n dominante vrouw als zij, af te stappen en zich open op te stellen. “Dat alleen al is voor haar natuurlijk ook een hele journey geweest,” zegt ze. Ze wil aan de hand van de productie haar ervaringen delen, zodat meer mensen weten hoe het is en hoe het voelt om op stamboomonderzoek te gaan naar hun verleden. “Ik vind het belangrijk om dit proces te delen.”

OPEN

De uitzending voelt eerlijk, intrigerend en open aan. De luisteraar wordt vanaf het begin op boeiende manier meegesleept langs de zoektocht naar de geschiedenis waar Duin, de afstammeling van slaveneigenaars en Bouva, de afstammeling van totslaafgemaakten, samen deelgenoot van zijn.

Waar andere witte media professionals die zwarte verhalen willen vertellen vaak de plank misslaan met onterechte aannames en verkeerde nuances, deelt Duin eerlijk en moedig de ongemakkelijke momenten die ze meemaakt vanaf het eerste moment dat ze besluit de productie te maken: de schrik bij de ontdekking dat haar voorouders deeleigenaars waren geweest van een plantage met totslaafgemaakten, wanneer ze wordt terechtgewezen op haar onbewuste “elite” taalgebruik, tijdens gesprekken met haar moeder die terughoudend is en zelfs over haar eigen aanvankelijke vrees voor de onderneming. Een grote scepticus gaat zo nog overstag.

“Het is belangrijk dat er dit soort dialoog op gang komt,” zegt Bouva nog. “Ik ben blij dat ik betrokken ben geraakt bij dit project. Het kwam voor mij ook op het juiste moment.”