Nederland investeert €50 miljoen zodat Afrikanen in Afrika willen blijven

Nederland gaat 50 miljoen euro investeren om "perspectief te creëren" voor Afrikanen in Noord-Afrika.

Dit zei Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in een . Ploumen: "We moeten nu alles uit de kast halen om te voorkomen dat jonge Afrikanen morgen in Libië op een gammel bootje stappen." Het is volgens haar het beste als iemand zijn lef en ambitie inzet om een bestaan op te bouwen in eigen land.

In een zegt de minister dat ze met de investering een signaal wil afgeven aan haar Europese collega's. "De Europese plannen zijn tot nu toe te weinig concreet", zegt Ploumen. "Je bent er niet als je alleen maar de bootjes van vluchtelingen onklaar maakt."

Ze schrijft: “Dit kabinet heeft bij zijn aantreden besloten dat hulp vooral een middel is om een hoger doel te bereiken: mensen in staat stellen zichzelf te ontwikkelen. In welk land ik ook kom geldt dat mensen liever zichzelf redden dan om hulp vragen. Daarom moet hulp bij handel en handel bij hulp.”

Het geld gaat naar het Dutch Good Growth Fund, een investeringsfonds dat ontwikkelingshulp koppelt aan handel. Daarnaast kunnen Nederlandse ondernemers een duwtje in de rug krijgen als ze in Afrika willen investeren. Ook gaat een deel van het geld naar bedrijfjes in landen als Tunesië, Senegal en Ghana.

Ploumen: “In het licht van die intrieste beelden is het moeilijk voorstelbaar dat het nog erger zou kunnen. Maar daarvan ben ik wel overtuigd: het had nog veel erger kunnen zijn. Dat dat niet zo is, komt omdat wij met zijn allen al heel veel doen. In de regio's waar de grootste stromen op gang komen, zorgen we voor noodhulp: voedsel, kleding en onderdak, alles wat nodig is om op korte termijn te overleven. Daar proberen we ook te zorgen dat er meer is dan dekens en een dak. Mogelijkheden om winkeltjes te openen, het volgen van beroepsonderwijs. De meeste vluchtelingen blijven dan ook in de regio. Neem Syrië: meer dan 90 procent van de Syrische vluchtelingen is in de buurt gebleven; minder dan 1 procent is doorgereisd naar Europa.
Het grootste deel van het budget van ontwikkelingssamenwerking wordt besteed aan structurele inspanningen die juist moeten voorkomen dat noodhulp ooit nodig wordt.”