Jorien Wuite #20 bij D’66 "unapologetically jezelf zijn"

Jorien was tot voor kort gevolmachtigd minister van Sint Maarten. 

Een interview door Joan de Windt


Geboren in Den Haag, dochter van een moeder uit Sint Maarten en een Nederlandse vader die elkaar op de Kweekschool ontmoetten. Ze groeide op in een thuis waar regelmatig mensen over de vloer kwamen. Waar discussies en maatschappelijke betrokkenheid aan de orde van de dag waren. Het was voor haar dan ook normaal om zich in te zetten voor de maatschappij. Ze kwam al vanaf haar tweede veel bij familie op Sint Maarten. Ze studeerde Beleid en management Gezondheidszorg bij de faculteit Gezondheidswetenschapppen aan de Erasmus Universiteit. Tijdens haar studie deed ze onder andere onderzoek naar de opbouw van een nieuw klein ziekenhuis op Sint Maarten dat ook Saba en Sint Eustatius zou moeten bedienen, en ze deed onderzoek naar de toegankelijkheid van de ziektekostenverzekering voor de arme, kwetsbare groepen.

Na haar studie was ze eerst organisatie adviseur bij een bureau. Daarna startte ze op Sint Maarten. Toen haar moeder namelijk op Sint Maarten was belde ze Jorien en zei: “Ik zie hier een mooie vacature voor jou". De keus  was snel gemaakt, ze solliciteerde en kreeg de baan. 

Door haar jaren als gevolmachtigd minister kent Jorien de Haagse politieke structuren. Zij gaat een brugfunctie vervullen tussen Nederland en de Caribische eilanden. Zij praat met veel passie en enthousiasme over haar ervaringen en de vele zaken waarvoor ze zich wil inzetten.

Jorien: ”Toen ik begon als directeur gezondheidszaken was er een groot onderzoek naar de gezondheidsstatus van de bevolking op de verschillende eilanden. Dat was op Curaçao, maar ik zette mijn tanden erin omdat ik dat ook voor St Maarten wou. Want ik zag dat het belangrijk was. Om te weten welke beleidskeuzes je moet maken, hoe het geld te verdelen en prioriteiten te stellen, heb je een objectief uitgangspunt nodig.

Op kleine eilanden doen vaak verhalen de ronde, waarvan je denkt: mmm, misschien moeten we dat eens nader onderzoeken. Een zo’n verhaal dat vooral vroeger rond ging is dat psychiatrie niet nodig was en dat ‘gekke mensen’ bij ons bijvoorbeeld niet bestaan. Als het er is stop je het weg, we willen het niet zien, we houden het uit het straatbeeld want er rust een stigma op.

Als je dat onderzoekt, dan blijkt dat er wel pschologische problemen zijn maar dat er nauwelijks ggz (geestelijke gezondheidszorg) was. Ik besefte toen: we moeten die ggz taak gaan opbouwen, want we konden niet elke keer mensen met psychoses in de boeien slaan, in de cel stoppen en de volgende dag met het vliegtuig naar de Capriles kliniek op Curaçao sturen. Ik was directeur gezondheidstaken, dat moet je vergelijken met een kleine ggd, dus je bent op veel terreinen tegelijk bezig. Op preventie, zorgvoorzieningen maar ook rampenbestijding. Onze mensen hebben nog steeds veel te maken met hypertensie, overgewicht, diabetes, hart en vaatziekten. We zien dat daardoor onze mensen in covidtijd ook heel kwetsbaar kunnen zijn.

We moesten begin 2000 ook de collectieve preventietaak uitbreiden, veel meer voorlichting geven, ook voor de jeugdgezondheidszorg. Tienerzwangerschappen, HIV en Aids vroegen ook dringend om aandacht. Er waren girl power initiatieven voor hen en door henzelf. Er zijn zoveel mooie initiatieven vanuit de maatschappij, want er zijn veel maatschappelijke leiders die veel community werk doen. Voor het HIV/AIDS programma kregen we op internationale congressen ook best veel erkenning voor dit soort community projecten. 

Onderwijs Caribische studenten 

Ik heb natuurlijk als Secretaris Generaal en Interim Minister voor Onderwijs en Cultuur gewerkt. Daarom hadden we het laatst weer over Caribische studenten in Nederland. Een te groot aantal studenten ervaren problemen en daarom verscheen er onlangs een rapport van de Ombudsman. Ze zijn onvoldoende voorbereid, hebben soms studie achterstand en schulden, of last van discriminatie en gebrek aan integratie, heimwee, de kou en de taal. 

Sommige hogescholen willen deze groep niet meer bedienen.  Je moet verder kijken en deze kansenongelijkheid echt stevig aanpakken. Voor dit soort kwesties wil ik me daarom ook in de Tweede kamer hard maken. Sigrid Kaag (D66 minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking en partijleider, jdw) zei: Voor kansengelijkheid gaan we ongelijk behandelen. Dus als je ziet waar kansenongelijkheid speelt dan gaan we dat actief steunen met geld en beleid om het speelveld gelijk te maken.

Anders blijft het chronisch en wordt het van generatie tot generatie doorgegeven. Zo blijft achterstelling bestaan. Toen ik deelnam aan een Vierlanden overleg met de Ministers van Onderwijs in november 2019 kwamen vijf studenten aan het woord. Drie van de vijf kampten met depressiviteit. Daar moet je gericht iets op organiseren, je moet steun bieden. Sommigen kampten bijvoorbeeld met een gebrek aan vitamine D.

Je hoort ook van zulke mooie mensen die al coachen en speciale begeleiding geven. Er zijn echte helden onder ons die veel hulp bieden. Wij komen uit de tijd waarin je makkelijk 10 jaar mocht studeren, zonder dat je in de problemen kwam. Nu is er een leenstelsel met meer prestatiedruk. Wil je iets oplossen voor onze studenten dan moet je samenwerken met andere Kamerleden en zowel vanuit de commissie Koningkrijksrelaties als de commissie Onderwijs inititieven nemen. Dat is soms ingewikkeld, maar het kan wel en vraagt gerichte aandacht. 

Kleur de Kamer is een steun en heel goed initiatief. Wij moeten echt een stevige opkomst van onze doelgroepen vanuit de afro community aanmoedigen en ook 70% opkomst bij de verkiezingen nastreven, want dat is bij ons vaak 40% of soms zelfs lager.

Het gaat om representatie, men moet zich herkennen: in de onderwerpen en in de mensen. Daarom is mijn eerste boodschap: Gebruik die stem, moffel het stembiljet niet weg in een lokaal krantje om ‘m daarna te vergeten of weg te gooien. Neem de tijd, kijk bewust, waar sta je, wat wil je en stem. Het zijn echt hele belangrijke verkiezingen in een ernstig polariserend klimaat. Met D66 zet ik in op solidariteit met en het versterken van de Caribische mensen, hier en op de eilanden. Dat heeft te maken met de sociale omstandigheden, met een sociale economie, het hebben van mooi werk, een gezamenlijk klimaatfonds dat ook voor de Cariben is en goed onderwijs dat de jongeren meer kansen geeft. 

Slavernijverleden 

Natuurlijk moeten er excuses komen voor het slavernijverleden. Ja, dat wordt partijbreed gedragen. Kajsa Ollongren (D’66 minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, jdw)  ondernam ook actie en heeft een dialooggroep Slavernijverleden ingesteld, eerst met Frits Goedgedrag als voorzitter (en onder andere Typhoon en Edgar Davids als leden, jdw.) Ik werd benaderd of ik mee wou doen als eiland coördinator. Het is de bedoeling dat die dialoog over het slavernijverleden en de impact ervan vandaag de dag, ook op de eilanden wordt gevoerd. 

Ik ben ook gevraagd als voorzitter van Stichting Black Achievement Month. We hebben rolmodellen nodig, we moeten etaleren waar het goed gaat en waar we echt excelleren. Dat helpt ook bij het afrekenen met mental slavery. Dan krijg je structurele verbetering op vele terreinen, zodat de achterstelling binnen 10 jaar verder is weggewerkt, want daar gaat het om. Als we dat niet doen dan gaat de sociaal-economische ontwikkeling van Nederland niet vooruit. Er is zo veel potentie en kansen die nu niet worden opgepakt. We hebben het wel over Amerika, maar het is hier in sommige opzichten niet veel anders.

Het betekent dat je je positie als Tweede Kamerlid oppakt met enorme focus en inzet van daadkracht, als bruggenbouwer en op resultaten gericht. 

Het woord veerkracht vind ik belangrijk, ‘Resilience is our trademark’ zeiden wij op Sint Maarten na orkaan Irma. Als we dat veel meer zo gaan zien als mensen van biculturele achtergrond, als we gaan inzien dat we afstammen van voorouders  die met heel veel aanpassingsvermogen hun gezinnen in leven weten te houden en hun positie verbeterden. Er is een Afrikaans adinkra symbool voor veerkracht, onze voorouders wisten al hoe belangrijk dat is.

Ook het woord ‘Unapologetic’ is voor haar belangrijk. Het is identiteitsversterkend. Jezelf niet kleiner maken dan je bent, maar zonder excuses jezelf zijn. 

Hoe inspireer jij mensen?

Dat is eigenlijk altijd heel persoonlijk want het is toch een wisselwerking tussen mensen.

Ik vind het belangrijk dat mensen kansen krijgen. Ook de creatieve industrie vind ik ontzettend boeiend. Ik zie veel creativiteit om me heen, kunst, eten, optreden in de media, schrijvers. Ik wil creatief ondernemers inspireren om er hun brood mee te kunnen verdienen. Te vaak wordt cultuur door getalenteerde mensen nog als een hobby gezien.

Met de campagne gebruik ik bijvoorbeeld vaak een mural van een creatief ondernemer op het gebied van mode. Ik wil mensen zoals haar laten zien dat er kansen zijn, hoe ze ook kan exporteren. Die kunstenares heb ik daarom een cadeautje gegeven. Ik heb twee rollen designers behang van haar muurschildering laten maken. Zo probeer ik mensen te inspireren om meer te doen met hun creativiteit. To dream big and start small. Je ziet dat ze vaak geen steun krijgen van de overheid of het bedrijfsleven terwijl deze groepen het vaak nodig hebben. Daar liggen ook kansen voor economische ontwikkeling, bij voorkeur ook als sociaal ondernemer. 

Welke fout ga jij nooit meer maken?

Ik vind roddel ontzettend vervelend. Achter iemands rug om praten, ook als is het goedmoedig, dat doe ik niet. Elkaar rechtstreeks aanspreken lost problemen op, terwijl roddel en achterklap meer problemen veroorzaken. 

Mijn levensmotto is in toenemende mate “Doing good for the greater good.”

Dat je je inzet voor het maatschappelijk doel en niet alleen voor jezelf. Het moet minder gaan om individualistisch maar om gemeenschaps denken. Zo krijg je echt veerkrachtige samenlevingen. 

Waarom moet ik op jou stemmen? 

Het gaat om representatie van de Caribische eilanden in de Tweede kamer. Ik ben no 20 en ik heb ontzettend veel stemmen nodig om dat mogelijk te maken. Ik ken Den Haag, ik heb bewezen met lef, veel ervaring en resultaat te kunnen werken. Ik ga een debat niet uit de weg, ik zoek het zelfs op. Ik wil niet conformeren, ik wil iets anders laten zien en horen in de Tweede Kamer. Ik wil dat Caribische  mensen zeggen: Daar doe ik het voor, iemand zet zich met veel ervaring voor me in, ik voel me gerepresenteerd.”

Mensen hebben het gevoel dat politiek Den Haag niets met hen te maken heeft, en dat moet anders. Dat moet echt anders. Anders gaat de tweedeling in de samenleving alleen nog maar erger worden.