Door de ogen van Milton Kam

Door Grace Stelk | Instagram:  


Milton Kam verruilt rond z’n twintigste zijn ouderlijk huis in Suriname voor een plekje in New York, om zijn droom na te jagen in de filmindustrie. Na het zien van een documentaire over the making of Star Wars weet hij dat hij zich wil gaan begeven op het snijvlak van film en kunst. Hij studeert Fine Arts en Film Studies aan de City College of New York en kiest uiteindelijk voor de camera. Milton werkt sindsdien als cinematograaf en heeft inmiddels veel scenario’s vertaald naar beeld.  In 2007 ontvangt hij tijdens het Rhode Island International Film Festival een award voor Best Cinematography voor zijn werk in de Indiase film Vanaja.

Hij bracht niet lang geleden een fotoboek uit over de oorspronkelijke bewoners van Suriname: Points of Recognition. En in april (2019) ging één van zijn laatste projecten in première: Once upon a time in London. De zoveelste film waaraan hij samen met de regisseur Simon Rumley gewerkt heeft.


Je hebt al meerdere keren samengewerkt met Simon Rumley. Hoe is het om zo lang samen te werken met dezelfde regisseur?


‘Je leert elkaar goed kennen. Er zijn voordelen als de regisseur goed is, daarom heb ik graag langdurige collaboraties.

Simon en ik zijn goed op elkaar ingesteld. En ik ben gaandeweg gaan leren dat zijn script niet altijd verklapt hoe goed het zal zijn. Veel van wat er op het scherm verschijnt komt met veel impact bij de kijkers aan, en dat kan ik niet altijd aan de hand van het script voorspellen. We geven elkaar de ruimte om te groeien. Ik denk dat hij vertrouwen in mij heeft omdat het ons steeds lukt iets nieuws te creëren.’


Ik heb een aantal collega’s uit de filmindustrie verteld dat ik jou ging interviewen. Een van hen merkte het volgende op: ‘Ik denk dat Milton heel open staat voor nieuwe dingen. Hij sluit zich niet af, en dat geeft hem de vrijheid om tijdens het proces van filmen andere keuzes te maken.’ Herken je dat?


Ja, dat denk ik wel. Ik stel me zo op dat ik bij wijze van spreken een clean slate ben, alsof ik niets weet. Natuurlijk neem ik mijn bagage, kennis en ervaringen mee. Ik weet wat wel en niet werkt maar ik laat dat niet in de weg staan.

Mijn intentie is om een wereld op natuurlijke wijze weer te geven. Ik wil zo min mogelijk opvallen. Ik word erbij gehaald om het verhaal te vertellen en om toeschouwers te overtuigen. Als ik dat heb kunnen doen, dan heb ik mijn taak volbracht. Wat de toeschouwers zien moet geloofwaardig zijn.

Ik sta open voor de huidige generatie filmmakers om mij een nieuwe taal te leren. Elke generatie brengt een andere manier van kijken, een andere benadering, een ander gevoel met zich mee. Al heb ik soms een oordeel over dingen, toch sta ik er voor open om ze uit te proberen. Ik probeer mijn kennis en ervaring te combineren met de nieuwe perspectieven van de huidige generatie filmmakers.

Gooi maar zoveel mogelijk ideetjes op en dan kijken we wat blijft hangen. Als je niet openstaat voor verrassingen in filmwerk en/of acteerwerk dan blijft het een soort koude weergave van een voorbedacht idee. Terwijl als je openstaat voor verrassingen, of het nou in de montage is of het acteerwerk, dan krijg je geschenken binnen die een film speciaal maken. Een goede regisseur weet met de geschenken om te gaan, weet een verrassing uit te lokken en te benutten. Als cameraman moet ik die uitnodiging faciliteren.


Geschenken?


Ja, om een voorbeeld te noemen: Ik heb recentelijk gewerkt met Sherman de Jesus, een Nederlandse documentaire- en filmmaker. Elke dag tijdens het filmen kwam er een geschenk op ons af.

Wij wilden graag filmen op de dag dat the Middle Passage in Harlem herdacht werd, de Trans-Atlantische slavenhandel. Op die dag dragen mensen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap witte kleding, er is traditionele muziek en er worden offers gebracht ter ere van de voorouders die gestorven zijn op weg naar de Verenigde Staten. Sherman en ik wilden filmen met de blessings van de gemeenschap. Hij had al meerdere malen geprobeerd mensen te contacten maar we vonden geen opening.

Uiteindelijk zijn we naar New York gegaan om in elk geval te starten met het filmen in Harlem. Op de vierde dag kwam ik een sister tegen, een hele goede vriendin uit New York met Jamaicaanse roots die ik nog kende van de tijd dat ik in Queens woonde. Zij zag mij terwijl ze onderweg was naar een Marcus Garvey – event. Wij werden uitgenodigd om mee te komen en daar ontmoetten wij dé organisator van het Middle Passage event. Zonder dat we ook maar iets hoefden te zeggen, werden we uitgenodigd om te komen filmen. Dat zijn geschenken. Als je ervoor openstaat, dan komt het. Dat is niet alleen in de filmindustrie zo, zo werkt het ook in het leven.


Wat geef je mee aan de volgende generatie?


Alles wat je kunt krijgen, en waar je van kan leren, neem het. Als jij je in de filmwereld wilt begeven, dan moet je je daaraan overgeven. Ik heb nooit een andere job gehad. Het is onzeker, ja. Het is het ultieme freelance leven.

Pak alles aan en ga ervoor. Ik heb veel praktische ervaring opgedaan. Die ervaringen hebben mij een les geleerd op basis waarvan ik zeg: zo wil ik niet zijn. Er zijn overal goede en slechte role models.

Ik heb ook veel aan documentaires gewerkt. Hierbij moet je vooral de momenten vangen wanneer ze gebeuren. En dat is ook bij fictionele films zo. Je moet ook anticiperen op acteurs. Bij Vanaja heb ik vooral geleerd om niet te veel na te denken bij het bedienen van de camera. Daar hebben we veel mooie Indiase dansen gefilmd. In het begin heb ik geprobeerd een volledige dansscene te onthouden. Dat ging niet. Op een gegeven moment zei de regisseur: ‘Probeer niet te veel te onthouden, ga gewoon op gevoel af’. Toen heb ik mijn zen-hoedje opgezet en heb ik het kader van de camera de tast laten zijn voor de beweging. Wanneer mijn linkerkader iets voelt dan beweeg ik die kant op. Als je puur op jouw intuïtie afgaat dan komt het goed.


Je woont nu weer in Nederland. Zijn er mensen met wie je zou willen samenwerken? Zijn er onderwerpen die je aanspreken?


Ik zie veel potentie in Nederland. Ik ben vooral geïnteresseerd in verhalen die mijn emoties raken en die een venster openen naar unieke werelden en belevenissen, en filmmakers die deze verhalen weten te vertolken. Ik heb een paar regisseurs ontmoet van wie ik denk: ja, bij die mensen zie ik een behoefte om iets anders te laten zien dan het alledaagse. Ook onder Surinaamse Nederlanders zoals  Hesdy Lonwijk, een talentvolle regisseur, die vooruitstreeft en mooi werk levert. Lonwijk werkt vooral met Jurgen Lisse. Ik vind dat ze samen prima werk verrichten. Ik ben heel benieuwd naar hun werk!

Ik hou van geschiedenis, en ik hou ervan om geschiedenis te recreëren.

Ik hou van projecten waar ik mezelf in zou kunnen verliezen, waar ik van kan leren en wat ik boeiend vind om te kunnen laten zien. Wanneer ik kijk naar het Nederlandse medialandschap dan zie ik een vrij eenzijdige vertoning van de Nederlandse maatschappij terwijl die maatschappij heel divers is. Ik wil het dus ook zoeken bij mensen die Nederlands zijn maar hun roots ook ergens anders hebben liggen. Want ook zij hebben verhalen, en die verhalen moeten verteld worden.

Dit perspectief is de reden waarom ik in mijn fotoboek de leefwereld van de hedendaagse Surinaamse inheemsen in beeld heb geprobeerd te brengen, zodat zij gezien kunnen worden buiten de stereotyperende indrukken.’ 

Kam zal op 7 december 2019 zijn fotoboek Points of Recognition presenteren tijdens De Grote Suriname Tentoonstelling in De Nieuwe Kerk Amsterdam.