Waarom ik nog last heb van de slavernij

Door

Witte mensen hier in Nederland vragen zich vaak af waarom wij altijd maar over de slavernij praten. “Want het is zo lang geleden en wij hebben het toch niet meegemaakt? Hoe kan je er dan nog last van hebben?" Mijn wedervraag is dan altijd “hoe ver terug kan jij je stamboom volgen?” Ze kijken me dan vaak verbaasd aan: “honderden jaren terug ...”

Ik vertel ze dan dat mijn vaders en moeders naam tot 1832 nog niet bestond en dat die naam zomaar, random bedacht is door de plantage-eigenaar die mijn voorouders “bezat.”

Ik heb dus nog dagelijks last van de slavernij. iedere keer wanneer ik een naam moet opgeven die oorspronkelijk nooit van mij was. Een naam die niets over mijn rijke geschiedenis vertelt, maar die ontstaan is doordat een witte man vond dat mijn pa zijn overgrootmoeder zo moest heten. Een naam die bij sollicitatiegesprekken vaker vreemde blikken veroorzaakt en de opmerking 'oh bent u mevrouw M. ik dacht dat het iemand anders was'.

Jaren geleden vroeg mijn Gambiaanse partner mij ook waarom ik niet trots ben op de naam die ik van mijn ouders heb gekregen.

Ik vertelde hem hoe ik met plezier naar hem luisterde wanneer hij over zijn voorouders vertelde. Zijn voorvader die honderden jaren geleden de eerste moskee in Gambia bouwde; dat zijn vader Fulani is en zijn moeder Bambara. Over hoe zij in Gambia terecht waren gekomen.....

Ik vertelde hem toen hetzelfde als wat ik de witte Nederlanders vertel. Hij moest even slikken en zei toen dat hij dit nooit had geweten. Dat hij er nooit bij stil had gestaan. En dat hij nu Malcolm X eindelijk begreep.

 


Mijn naam is Aisatou Mopa. Neen dat is niet mijn officiële naam; die zegt namelijk niets over mij. Ik ben 51 jaar en moeder van een zoon en dochter en heb 3 kleinkinderen. Ik ben activiste in hart en nieren en ben al jaren bezig om zwarte jongeren bewust te maken van wie ze zijn en waar ze vandaan komen. In de toekomst meer over vertel ik ook wat ik aan het opzetten ben voor en door zwarte vrouwen.