In Nederland geldt democratie alleen voor de meerderheid

Door

Zondag, een dag nadat anti-zwarte Piet demonstranten de toegang tot Dokkum werd ontzegd, leek het wel alsof ik ‘whack-a-mole’ aan het spelen was; weet je wel, dat spelletje op de kermis waar er telkens een nieuwe mol verschijnt die je de grond in moet slaan.

Ik ging op Facebook discussies aan met volwassen mensen die als kinderen zo blij waren en heilig ervan overtuigd dat de mensen die de weg hadden versperd in hun recht stonden. En telkens als het leek dat ik er één had kunnen overtuigen van zijn ongelijk, sprong er een andere in zijn plek. Net ‘whack-a-mole’.

Moe werd ik ervan. Ik ondervond aan den lijve hoe een groep die in kwantiteit domineert de publieke opinie overheerst.

Zo voelde het zaterdag al. Een kleine groep demonstranten werd op de A7 klemgereden door een grote groep ‘dominerenden’. Het leek wel een gecoördineerde samenwerking. De demonstranten hadden een vergunning, dus de pro-Pieters -die trouwens het recht niet hebben om openbare wegen te versperren- waren degenen die de wet overtraden. Maar de politie veroordeelde de wegversperring niet.

En het publiek joelde en keurde goed. Hun populaire opinie was gewaarborgd, hun kinderen was de opinie van de minderheidsgroep bespaard gebleven.

Dat is nou eenmaal democratie, niet? Alleen de meerderheid regeert en alleen haar opinie geldt.

Het viel me zondag toch op hoe telkens maar dezelfde argumenten gebruikt werden om mij ervan te overtuigen dat ik het was die ongelijk had: dat de demonstranten eigenlijk helemaal geen punt hadden en ook geen recht tot demonstreren. Dat de pijn die ik voel bij de karikatuur zwarte Piet eigenlijk pas pijn is wanneer zij dat bevestigen. Dat het maar een onschuldig kinderfeest is dat niet op racisme gestoeld is. Dat ik maar moet vertrekken als het me niet aanstaat. En dat mensen moe worden van de discussie.

En dát nou is een luxe die ik niet heb. Moe worden van die discussie kan ik niet want ik heb niet alleen rond het Sinterklaasseizoen met marginalisatie te maken; het hele jaar door is er misschien wel iemand die die naïeve grap wilt maken dat ik zwarte Piet kon zijn omdat ik er het haar en de huidskleur voor heb.

Wat me staande houdt in dit ‘whack-a-mole’ kermisspel is denken aan mannen als Martin Luther King en Nelson Mandela die vochten voor zwarte-mensenrechten. Ze verzetten zich met gevaar voor eigen leven tegen de populaire opinie dat één groep in de gemeenschap minder waard is dan een andere. Ze gaven niet toe, ook niet toen hun recht tot demonstreren met geweld de kop mocht worden ingeslagen door de politie, terwijl het publiek joelend toekeek. Ze gingen door ook toen ze tegen een gecoördineerde samenwerking aanliepen.

King en Mandela worden tegenwoordig door de hele wereld gevierd als helden. En tegenwoordig heet het dat ze vochten voor “burgerrechten”. De pijn die ze zeiden te voelen is bevestigd als pijn. Hun strijd is gevalideerd.

King en Mandela hebben de juiste kant van de geschiedenis gemarkeerd en de wereld een betere plek gemaakt.

Dacht ik.

Maar als ik nu de joelende mensen zie die toejuichen hoe een kleine gemarginaliseerde groep wordt belemmerd in hun grondrecht.

Als ik zie 

  • het recht van kinderen wordt ontnomen om hetzelfde plezier als andere kinderen te beleven aan een kinderfeest;
  • hoe sommige kinderen wordt geleerd dat hun plezier belangrijker is dan dat van hun leeftijdsgenootjes die voor een karikatuur worden uitgemaakt;
  • hoe er een doneeractie wordt opgezet om de eventuele boetes en juridische kosten te betalen van de mensen die de A7 blokkeerden.
  • dat er nu wordt opgeroepen om permanent te verbieden dat er in Nederland gedemonstreerd wordt tegen deze karikatuur zwarte Piet

Dan ben ik er niet meer zo zeker van.