Ik heb niks met Keti Koti

Over 10 dagen is het 1 juli. 154 jaar geleden kregen in Suriname en op de Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied meer dan 50,000 tot slaaf gemaakte mensen hun vrijheid. Een feestdag voor velen: Keti Koti. Ik doe er niet aan mee.

Ik heb namelijk niks met 1 juli en zeker niet met de viering van de afschaffing van de slavernij. Hoe kan ik nou het feit vieren dat mijn voorouders hun vrijheid teruggegeven is, terwijl niemand het recht had om hun vrijheid te ontnemen?

Op 20 juni mocht ik kort mijn zienswijze hierover delen  tijdens een in Amsterdam Zuidoost. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om publiekelijk aan te kondigen dat dit jaar het eerste boek van mijn hand verschijnt. Het boek heet “Het Punt”.

"Het Punt" vertelt onder andere het verhaal van mijn oma’s oma, Apolonia. Op 1 juli 1863 was ze 62 jaar oud. Dat wil zeggen dat ze haar hele leven lang als slaaf gewerkt heeft op een plantage.

Ik kan me de dag herinneren in 2014 toen ik haar vond in de slavernijregisters in het Nationaal Archief in Den Haag. Ik werd er even stil van. Ik geef het maar toe; eigenlijk moest ik wel even huilen. Want daar was ineens mijn voorouder van wie ik nog nooit gehoord had. Maar ze was helemaal blanco. Het enige dat ik had was een naam.

Maar zij inspireerde me; niet alleen om een boek te schrijven, maar ook om na te denken over de erfenis van slavernij. Over mezelf dus; want de erfenis van slavernij, dat ben ik.

Wie zij precies was zal ik nooit te weten komen, maar in mijn boek maak ik van haar natuurlijk een sterke vrouw. Zo sterk dat ze de kolonisator uitlachte en uitdaagde toen hij haar vrijheid teruggaf.

Zie maar zelf, in de volgende korte passage uit mijn boek.

En zo zie ik het ook.

1 juli vieren is voor mij net zo wrang als vieren dat een fietsendief eindelijk tot het inzicht komt dat hij jouw fiets terug moet geven. Stel je dat eens voor. Ieder jaar weer nodig je hem dan uit om zijn groei, zijn inzicht, zijn bewustzijn te vieren.

Op 1 juli vieren we eigenlijk niet onze vrijheid, maar het bewustzijn dat de kolonisators kregen dat wij ook mensen waren. Wij wisten het al die tijd wel, maar het drong toen pas tot hun door. En ieder jaar herdenken we die vooruitgang die zij meemaakten met een enorm feest. Hier in Amsterdam in het Oosterpark. In Rotterdam. In Paramaribo.

Maar begrijp me niet verkeerd. Het is goed dat er met het Slavernijmonument in het Oosterpark een plek is waar we het leed kunnen herdenken dat onze voorouders is aangedaan. Maar het feest dat er ieder jaar omheen gebrouwen wordt kan ik niet goed hebben.

Ik vind trouwens ook dat ik Apolonias nagedachtenis zou beledigen door daar te gaan feesten.

En nee ik probeer niet het feest te verpesten.

Wat ik zeg is: vier vrijheid, vier alles dat we tegen alle verwachtingen in met onze veerkracht hebben bereikt. Vier onze pracht en vier onze magic. Het is je goed recht dat dagelijks te doen als het je zo uitkomt. Maar de dag van 1 juli? Die vrijheid die nooit moest zijn afgepakt? Nee die vier ik niet.

Ik zei het voorlaatste vorig jaar reeds rond 1 juli. Ik werd er toen op aangevallen. Iemand zei: een ieder heeft recht op zijn eigen mening. Ik reageerde toen: ja en dit is de mijne.

Mijn boek, “Het Punt” rolt –als alles verder naar wens verloopt-  dit jaar nog van de drukpers. Over enkele weken starten we met de voorverkoop. Geïnteresseerd? Laat me weten.