Een brief voor mijn koningin

My queen,

Mijn oprechte excuus. We hebben jullie in de steek gelaten. Met ‘we’ bedoel ik ‘wij mannen’. Te lang hebben jullie ons op een voetstuk geplaatst. Ondanks alle rotzooi die we uithaalden, ondanks de niet verwerkte teleurstellingen in ons leven die we vaak genoeg op haast neerbuigende wijze op jullie projecteerden, bleven jullie ons steunen. Jullie bleven in ons geloven als we, ondanks verwoede pogingen, niet de kans kregen die wij verdienden. Hell…zelfs als we niets verdienden, bleven jullie naast ons staan.

Ten koste van jullie eigen vooruitgang boden jullie ons een schouder aan

Iedere keer maakten we jullie weer eens slachtoffer van het gevolg van ons geflirt met het vrouwelijk schoon. Om maar niet te spreken over die andere vrouw, Justitia, die ons vaker dan gemiddeld terecht of onterecht veroordeelde, waren jullie degenen die met gevaar voor eigen leven en zelfbehoud op ons bleven wachten.  Onverstoorbaar en trots. Want ondanks dat de wereld waarin wij leven ons constant naar de donkere dieptes van de maatschappelijke afgrond bleef duwen, konden we op jullie steun rekenen. Als een baken van licht verlichtten jullie het pad omhoog. Ten koste van jullie eigen vooruitgang boden jullie ons een schouder aan. Want samen strijden is beter dan alleen lijden. Die trotse balk in ons ogen verhinderde echter het zicht op jullie goedbedoelde pogingen een pact te vormen.

 

Te bang echte keuzes te moeten maken bleven wij onverschillig tegenover jullie vurige wens samen te zijn. Misschien niet voor altijd, als dat te definitief zou klinken, maar dan in ieder geval een hele poos. Lang genoeg om elkaar beter te leren kennen, met elkaars eigenaardigheden om te leren gaan, iets op te bouwen. Een opleiding, een carrière, een gezin, een toekomst. Dat was toch niet teveel gevraagd, vonden jullie. En toch.. omhuld door mistige en vage argumenten bleven wij doofstom voor de liefkozingen, de smeekbedes, de tranen. Wij, mannen, bleven maar op zoek naar bevrediging van een onbestemd gevoel iets te zullen missen van wat het leven echt te bieden had dat we niet doorhadden dat het geluk ons al die tijd in de ogen staarde. Maar wat eerst een blik van trots, respect en toewijding was, veranderde langzaam maar zeker in teleurstelling. Het vuur in jullie ogen dat ooit brandde van verlangen voor ons dooft langzaam maar zeker. Het baken, onze laatste houvast , onze gids, is vooruit gelopen. Omhuld door de duisternis zijn we achtergebleven, richtingloos, moedeloos, reddeloos. Jullie geduld is op. En terecht… We hebben het aan ons zelf te danken.

Het gemis van hetgeen we altijd als vanzelfsprekend hebben beschouwd, is ons teveel gebleken.

De enige belofte die we nu kunnen maken is weer op zoek te gaan naar jullie. Op de tast in het donker zullen we stap voor stap, al schuifelend de weg moeten vinden. Het gemis van hetgeen we altijd als vanzelfsprekend hebben beschouwd, is ons teveel gebleken. Ondanks dat we nu nog niets zien, zijn onze ogen open. Dat we nu eindelijk de waarde ontdekken en steeds beter de richting vinden die we moeten nemen, hebben we nog steeds aan jullie te danken. Want als we onze adem inhouden horen we op de weg omhoog op schaarse zuchtjes wind jullie gelach, gezang,  verhalen en strijdvaardigheid. Ga door. Geef ons nog even. We zijn er bijna. We horen jullie. We komen. Wacht nog één keer op ons.

-Voor alle queens die vooraan lopen in de strijd. Je weet wie je bent. Respect.

Faizel Lynch