Daarom AFRO Magazine

Ik was niet eens verrast toen een hoofdredacteur van een grote krant vorige week mijn achtergrondartikel over Aminata Cairo -de eerste zwarte lector bij de Haagse Hogeschool- weigerde omdat ik “al te zeer bij het onderwerp ben betrokken”. Een beetje pissed dat wel, maar niet verrast.

Omdat ik weet dat deze wereld waarin we leven niet bedoeld was voor zwarte mensen om in te leven. Onze voorvaders hebben aan haar ontwikkeling bijgedragen met hun bloed, zweet, tranen en levens, maar het was eigenlijk niet de bedoeling dat we er een prominente rol in zouden innemen. Dat we dat desalniettemin, against all odds toch nog dagelijks doen is amazing!

Maar omdat zoveel mensen daaraan voorbijgaan en nog in een ingehaald verleden vastzitten, komt het telkens bij sommige zwarte mensen als een verrassing aan wanneer hun deelname aan deze wereld wordt ontzegd. Niet bij mij. Toen bijvoorbeeld enkele jaren geleden Hollywoord zwarte acteurs en hun werk niet waardeerde tijdens de Oscars, was de verontwaardiging alom. Ik daarentegen had zoiets van “psjjj, whatever.” Waarom klagen dat je een bepaalde validatie niet gekregen hebt, terwijl je hem niet nodig hebt en hij je niet echt van harte gegund wordt? 


Ik had toen net AFRO Magazine opgericht, om de verhalen van de afro gemeenschap in Nederland een plek te geven.

Die verhalen over een gemarginaliseerde gemeenschap, waar de reguliere media de neus voor ophaalt. Of totaal verkeerd presenteert omdat een zwarte journalist zwarte nuances nou eenmaal beter kan vertalen dan een witte journalist.

Die mooie verhalen waarvan wij weten hoe belangrijk ze zijn voor de ontwikkeling van de ontnomen eigenwaarde van zwarte mensen.

Die verhalen die ons trots brengen in een medialandschap dat wel vaker de plank misslaat wanneer het over kwesties gaat die ons validatie zouden moeten brengen. 

Daarom AFRO Magazine.


Aminata Cairo (en de Haagse Hogeschool) snapten het belang volledig, en daarom huurde ze mijn communications consultancy bedrijf in om haar verhaal te vertellen. Ze over inclusie binnen de Haagse Hogeschool, binnen de Nederlandse gemeenschap en binnen het onderwijs, en ze wilde specifiek dat een zwarte journalist dat verhaal zou schrijven omdat die de nuances beter zou snappen.

Dat belang zoefde echter als een straaljager langs het verstand van de hoofdredacteur. “Wij kiezen in dit soort gevallen altijd voor strikte journalistieke onafhankelijkheid,” emailde hij me.

Ik dacht weer "pssjjjj.”  

Welke journalistieke onafhankelijkheid? dacht ik. En ik ging los op mijn Facebook pagina.

“Whatever” 

Een ander, beter excuus had ik wellicht geaccepteerd. 

Want het sloeg nergens op. Een krant die een artikel van een communicatie of PR consultant weigert, moet ook geen persberichten accepteren. Die zijn immers allemaal geschreven door mensen die heel dichtbij het onderwerp staan. Of was het artikel over een zwarte vrouw die inclusie predikt, niet onafhankelijk genoeg omdat het door een zwarte journalist geschreven was?

Of ben ik als zwarte journalist niet objectief genoeg als het over zwarte onderwerpen gaat? Dan moeten alle kranten hun deuren maar eens sluiten, want in deze door witte mensen gedomineerde wereld, zijn de meeste onderwerpen die de kranten halen wit en de meeste journalisten wit.

Het deed me denken aan Glenn, een slick pratende Afro Amerikaanse collega die ik vroeger had. Hij gaf ooit het mooiste tijdschrift ooit uit over Caribische toerisme, maar zijn foto was nergens te zien in de colofon. Zijn uitleg was simpel maar hard en duidelijk: “that day that white people will accept from a black writer where to go on holiday, has not arrived yet.”

Dr Cairo glimlachte toen ik haar vertelde waarom die hoofdredacteur mijn artikel geweigerd had. Ze vergeleek hem met Melville J. Herskovits, de baanbrekende antropoloog die onderzoek deed in Suriname en bewees dat Afro Amerikanen in hun cultuur nog verbonden zijn tot Afrika. Maar de Joodse vader van African Studies werkte niet graag met Afro Amerikaanse wetenschappers … omdat ze te dichtbij op het onderwerp zaten en hij kennelijk degene wilde zijn die hen vertelde wie ze waren. “Dat was in 1929. Die hoofdredacteur lijkt wel in dat tijdperk vast te zitten,” zei ze, hoofdschuddend.

In deze wereld waarin voor sommige mensen zwarte pijn pas pijn is wanneer het door witte “experts” als zodanig is vastgesteld, lijkt objectiviteit ook pas objectiviteit wanneer het onderwerp vanuit een wit perspectief bekeken is. Ook wanneer het een zwart onderwerp betreft. 

Maar zoals ik zei was ik niet verrast door de neerbuigende afwijzing van de hoofdredacteur. Het voelde alleen net zo knullig aan als toen op mijn 18e een meisje waarmee ik naar een feestje fietste mij prompt liet staan toen een coolere jongen in een flitsende auto haar riep.

Really? dacht ik toen. Maar dat was 31 jaren geleden.

Ik had nu zoiets van "pssjjjjjjj, whatever."

Want we hebben voor de afro gemeenschap een flitsende auto opgezet die AFRO Magazine heet, een (online) medium, speciaal om de verhalen van de zwarte gemeenschap een platform te geven dat haar geweigerd wordt door de reguliere media in deze wereld die eigenlijk niet voor de zwarte gemeenschap ingericht was.

Een nieuws en opinieplatform waardoor wij niet hoeven af te wachten of die krant die niet voor zwarte mensen opgericht is en geschreven wordt, wel het artikel zal accepteren dat is geschreven door die zwarte journalist met de juiste nuances over die zwarte vrouw.

En ja, ik vraag me alweer af waarom ik het artikel überhaupt naar hem had toegestuurd, want eigenlijk had ik met AFRO Magazine zijn krant helemaal niet nodig om de lezers te bereiken die het snappen.

Ook al snapt de hoofdredacteur van die krant het niet, dat dr. Aminata Cairo met haar nieuwe baan inclusie aan zal wakkeren in de witte bolwerken die de Haagse Hogeschool en het Nederlandse onderwijssysteem zijn, is voor ons een big deal die met de juiste nuances verteld mag worden.

Ben jij erbij woensdag wanneer ze haar inaugurele rede verzorgt? Validatie is immers het meest waard wanneer het uit je eigen gemeenschap komt.