You must be kidding me!

Door Marvin Hokstam

Ik was nog maar een jongetje in het Suriname van de zeventiger jaren van de vorige eeuw; geen gezelschapsmens, dus ik verslond boeken. Stripverhalen.

Het land was bezaaid met Suske en Wiske, Kuifje, Sjors en Sjimmie en dat soort zooi waarin striptekenaars met een imperialistische, neokolonistische toon een vertekend beeld schepten in de bijna ex-kolonie.

"De uitnodiging was vergezeld door een tekening van een zwarte man en een witte man; de zwarte man had die lippen zoals ik ze vroeger tegenkwam in de stripverhalen."

Het was vroeg in mijn tienerjaren dat ik ineens doorhad dat die domme pikzwarte mannetjes met die dikke bloedrode lippen in de strips mij moesten voorstellen.

Dat het gebrekkige Nederlands dat Sjimmie sprak mijn Nederlands moest voorstellen.

Dat ik het was die knievallend Lambik en Suske en Wiske vererend met “bwana” ​(meester) aansprak.

Dat ik één van die arme onderontwikkelde zwarte sloebers was die de heldhaftige Kuifje in Afrika op hun schouders rondsjouwden. 

Ik heb een prachtjeugd gehad in de natuur van tropisch Suriname, maar mijn vroege aanraking met Europese stripverhalen is niet het deel waar ik met plezier aan terugdenk.

Ik kan mijn blik van weerzin niet onderdrukken iedere keer als ik deze boeken tegenwoordig tegenkom; het imperialistische is er niet meer in, maar die smerige smaak in mijn mond blijft.

Ik proefde hem levensecht afgelopen week toen een galerie in Rotterdam mij een uitnodiging stuurde voor de expo Safe Space van kunstenaar Dean Blunt.

De uitnodiging was vergezeld door een tekening van een zwarte man en een witte man; de zwarte man had die lippen zoals ik ze vroeger tegenkwam in de stripverhalen. Beelden waarvan ik in mijn nog overlevende stuk naïviteit dacht dat ik ze niet meer gewoon zo willy-nilly zou worden gevoerd. “You must be kidding me,” dacht ik. De durf!

Ik besloot te vragen naar het waarom? Waarom stuur je dit beeld naar een website die afromagazine.nl heet? Verwacht je echt dat wij het zullen aanprijzen?

Voor mij sprak het van evenveel inzicht als bij de redacteur van het NRC die zei dat het N-woord gebruikt werd in een titel van  vorig jaar, omdat het een Engels woord is en men niet verwachtte dat het zou krenken. Dus ‘zwarte mensen lezen geen Engels en als ze het wel lezen dan zullen ze niet vallen over een woord dat al eeuwen gebruikt wordt om hun te beledigen.’

Een belediging verpakt in onwetendheid.

De curator van de expo legde uit dat het beeld kunst betreft van de kunstenaar, dus niet van haar organisatie zelf; de frictie die het oproept behoort tot het resultaat dat ermee wordt beoogt. De kunstenaar was de vrije teugel gegeven als een soort activerend mechanisme, waarin de “reacties van de beschouwer zo min mogelijk voorgekauwd worden door de ‘framing’ van de instelling. De reacties behoren tot het resultaat en zijn voor ons ten dele onvoorspelbaar,” blabla

Een belediging, verpakt in onwetendheid en tentoongesteld als kunst. Met als verklaring: “het kwam niet van ons. We bedoelden er iets anders mee.‘

Ok wacht eens, waar heb ik die onschuldige ‘maar zo bedoelen we het helemaal niet’ uitspraak eerder gehoord?

In het jaar dat AFRO Magazine nu bestaat hebben we verschillende organisaties zien voorbijkomen die graag de afro gemeenschap zouden willen bereiken, omdat ze doorhebben dat het via de reguliere media niet meer lukt.

Maar ondertussen geen benul hebben hoe dat te doen. Die snappen dat een Jood niet gauw geneigd zal zijn een swastika museum te bezoeken, maar niet begrijpen dat een dikke-lippen karikatuur voor zwarte mensen not done is.

Dat een krenkend beeld een krenkend beeld is, en geen kunst. En dat die door imperialisme murw geslagen en dom gehouden zwartjes uit de strips van vroeger er niet meer zijn … er nooit waren.

En dat het niet onze tekortkoming is dat zij ons niet kunnen bereiken.

Ik werd uitgenodigd om erover te komen praten. Yeay!

Ik wees de uitnodiging af. Ik ben geen kunstkenner, schreef ik terug. Wel kunstliefhebber, maar dit soort kunst is aan mij verspild. Ik bezoek geen comedy die me niet zal laten lachen; geen horrorfilm die me niet regelmatig doet schrikken. Een kunsttentoonstelling die me bij voorbaat al irriteert dus ook niet.