Goed, Sint weg. En nu?

Door Marvin Hokstam

In de paar jaren dat ik hier woon is me één ding opgevallen: dat mensen rond net voor en tijdens Sinterklaas hopen dat de periode van kadootjes geven en lief zijn tegen elkaar gauw voorbijgaat. "Dan hebben we dat gezeur weer gehad". Want dat is het wanneer iemand hier zich verzet tegen iets dat hem stoort: gezeur. En dat moet maar gauw ophouden.

Alsof racisme uit Nederland vertrekt wanneer de goed (schijn)heiligen hun pausenjurkje en mijter afdoen en wanneer de blackface idioten de tegenwerpingen van zwarte mensen niet meer publiekelijk negeren.

Nee.

De rest van het jaar zijn het allemaal tolerante burgers die weten dat iedereen gelijk is.

Ze ploffen gewoon neer in de lege stoel in de trein naast die netjes geklede zwarte man en doen niet alsof ze hem wantrouwen vanwege de kleur van zijn huid. De rest van het jaar noemen ze “andersuitzienden” geen kutneger, stinkende Turk en rot Marokkaan of gierige Jood.

De rest van het jaar wordt door de politie niet ethnisch geprofileerd en wordt aan veiligheidsmannen in de winkels niet gezegd dat ze “buitenlanders” in de gaten moeten houden.

Men verzet zich in Nederland niet tegen mensen die vluchtten voor oorlogsgeweld in eigen land en hier niet hun geluk maar hun heil komen zoeken. Men ontvangt ze met open armen en zegt geen dingen als “daar moet een piemel in” over de moedige vrouw die zich uitspreekt ter ondersteuning van die vluchtelingen.

Niks is minder waar.

Net zoals het sprookje dat kinderen voorliegt dat de nepheilige en zijn namaak knechten met hun namaak zwarte huid, namaak krullen en namaak rode lippen met de boot teruggaan naar Spanje, is dat maar een verzinsel. De Sint en zijn pieten bestaan niet, de boot waarop ze racisme, onwetendheid, intolerantie en idioterie meenemen nog minder.

Ook in andere maanden van het jaar maak ik tenenkrommend racistische dingen mee en hoor, lees, zie ik ze. De krantenkop van juli die zei “Nigger are you crazy?” en de neerbuigende, onaangedane houding waarmee dat verdedigd wordt door de krantenredactie.

Het filmpje dat ik gisteren tegenkom van een politieagent die een “gekleurde” jongeman aansnauwt met “wat doe je bij die auto!”, terwijl de jongeman de autosleutel in de hand heeft. Heerlijk om dan te zien dat de jongeman goed gebekt de motoragent letterlijk liet afdruipen, maar dat maakt het bijtende van de profilering niet minder.

De verbazing van mensen dat je je stoort aan een filmposter waarin de zwarte hoofdrolspeler wordt weggewerkt en ondergeschikt wordt gemaakt aan de witte bijrolspeler.

Verweten te worden een slachtofferrol in te nemen wanneer je je aangeboren recht verdedigt. "Doe nou niet zo emotioneel man!"

De honderden keren door het hele jaar heen dat je leest hoe aan medeburgers gezegd wordt dat ze maar moeten “ophoepelen naar hun eigen land als het hun hier niet zint”. De wens dat die “kutnegers met zijn allen op een boot moeten worden gezet die wordt getorpedeerd” was niet een wens van het sinterklaasseizoen alleen.

De “heldhaftige” voetballers die een groepsselfie Twitterden een paar maanden nadat ze Nederland verdedigden tijdens het WK in Brazilie, en toen door honderden mensen voor “apen” werden uitgemaakt. En dat justitie voor dat stukje openbaar social media racisme maar een tik op de vinger uitdeelde als straf.

De politicus met een belachelijke blonde toupet die samen met zijn publiek tijdens een politieke bijeenkomst in Den Haag roept "minder, minder, minder Marokkanen". 

Ondertussen doen we alsof we accepteren dat de eerste week van de feestmaand racismeweek is in Nederland, maar is dat echt iets om te accepteren?

We doen daarna en daarvoor te graag met ons allen alsof alles wel koek en ei is. We wensen elkaar fijne feestdagen toe en doen de rest van het jaar “normaal”. Een wapenstilstand die duurt totdat iemand weer iets superracistisch doet of meemaakt, zoals het bombardement dat Anouk over zich kreeg toen ze publiekelijk aankondigde dat ze tegen Zwarte Piet is.

Ik merk van mezelf op dat de barriere die zwarte mensen opzetten rond het Sinterklaasseizoen bij mij langer overeind blijft staan. Ik ben terughoudender, militanter dan vroeger, want die vriendelijke vreemde kan één van die lafhartige Facebookracisten zijn die, gehuld in de anonimiteit van een nepprofiel wenst dat al die negers -ik dus ook- maar verzopen worden.

Die zegt dat Moslims zich maar moeten aanpassen wanneer ze hier komen of zich in eigen land maar moeten gaan opblazen met hun eigen jihad dynamiet.

Ik merk op dat ik scherper ben en eerder klaar sta met een snedig antwoord voor het oude vriendelijke echtpaar in de Lidl dat grijnzend knikt naar mijn grote stapel boodschappen en stereotyperend zegt “ha, die gaan een feestje brouwen.” Mijn reactie "Gaat dat u wat aan?" was al tussen mijn tanden door, maar ik hield mijn lippen gesloten. Vroeger zou ik vriendelijk hebben geglimlacht naar die onbenullige oudjes die denken dat we maar altijd feestjes brouwen, maar nu heb ik onbewust een blik die hun glimlach abrupt deed verwelken.

Ik snap intolerantie en het verontrust me dat ik in drie jaar een flink stuk van mijn onschuld en dat deel van mijn naieviteit dat mijn volwassenheid nog overleefde, ook kwijtraakte.

Mijn advies daarom aan alle social media helden die ons van alles toewensen dat ze zelf niet willen: de volgende keer dat je je echte gevoelens uit over “buitenlanders”, vluchtelingen of andere mensen die je inferieur acht, vervang “neger”, “Marokkaan”, “Turk”, “allochtoon” en “vluchteling” met de naam van je kinderen en kijk dan hoe het aanvoelt.

Probeer het maar eens:

“Kut Sofie”. “Stink Joris”.

Heb je geen kinderen, gebruik de namen van je ouders. “Die Aad, Willemien, Albertjan, Jasmijn ... al dat soort types zouden we allemaal op een boot moeten zetten, die de zee op moeten duwen. Torpedootje erop en boemmm!”

“Ga jezelf maar ’s opblazen Marieke”. "Minder, minder, minder Geertjan's"

Dat voelt minder aan he.