FRI

Op 1 juli publiceerde AFRO Magazine FRI, een prachtige, op krantenpapier gedrukte publicatie waarmee wij vrijheid en verbinding propageerden. Het begon aanvankelijk als een opdracht voor de organisatoren van Keti Koti Rotterdam, maar wij waren in staat er een zomereditie van te maken. Ik blij; omdat ik principieel tegen de Keti Koti viering ben.

Ik kwam er ook voor uit op mijn prive Facebook pagina: “They did not have the right to take our freedom, so why celebrate that they gave it back?” schreef ik. Ze hadden het recht niet om onze vrijheid te ontnemen; waarom vieren wij dan dat zij het teruggaven?

By all means, vier vrijheid, vier alles dat we against all odds met onze veerkracht hebben bereikt, vier onze pracht en onze magic. Het is je goed recht dat dagelijks te doen als het je zo uitkomt. 

Maar de dag van 1 juli? Nee die vier ik niet.

We never gave them permission and they did not have the right. 

Don't forget: No black man ever booked passage on a slaveship

Op 1 juli kregen wij iets dat ons nooit mocht zijn ontnomen. Vergeet niet: de plantage eigenaren werden gecompenseerd, wij kregen niet eens een sorry. 1 juli had niks met humaniteit of onze vrijheid te maken. Voor ons wel, maar voor de koloniale machthebber niet.

Voor mij is 1 juli vieren hetzelfde als ieder jaar een ordinaire dief betalen voor het teruggeven van iets dat hij van me gestolen had. En dat dan ieder jaar ook nog groots herdenken met een feest.

Bij het feest van vorig jaar waren we trots dat koningin Maxima de woorden van Redemption Song kent en mopperden we lichtjes toen Minister Asscher alleen diepe spijt betuigde, de regering zich weer niet verontschuldigde voor het Nederlands onrecht tegen de mensheid, en niemand het had over onze roep voor reparaties.

Dit jaar keek ik met lede ogen naar de polemiek rond de viering en herdenking. We brouwden weer een FEEST, maar maakten er dit jaar tegelijkertijd een goeie zooi van, op live television, tot vermaak van heel de wereld.

In het gekrakeel ging het totaal aan ons voorbij dat een witte minister het slavernij verhaal helemaal over zichzelf maakte. En dat weer niemand, zoals voorgaande jaren, zich verontschuldigde voor het leed dat onze voorouders is aangedaan. Dat er dit keer niet eens spijt werd betuigd. Dit jaar hoefde onze roep voor compensatie voor 400 jaar onmenselijkheid niet eens door de regering weggemoffeld te worden; wij deden het zelf al met ons onderling gekibbel over een dag die niet gevierd zou moeten worden.

Keti Koti vieren is voor mij net zo erg als mijn student die haar klasgenootje uitlachte vanwege zijn trotse afrocentrische naam (Kwaku), en supertrots is op haar eurocentrische achternaam. Keti Koti vieren is voor mij net zo pijnlijk als het verhaal achter de koto, de Surinaamse traditionele klederdracht. Yes I said it!

Die 1 juli vrijheid waarin ons geleerd werd dat we moeten neerkijken op onszelf en wat onze echte cultuur is; die vrijheid die hoef ik niet. Die dag vier ik niet.

Maar zoals iemand ook in reactie op mijn Facebook post zei: “een ieder heeft het recht tot zijn eigen mening.” Dit was de mijne . 

FRI, het blad dat we aanvankelijk voor Keti Koti Rotterdam maakten, wordt nu gedistribueerd; onze abonnees krijgen hem gratis opgestuurd.