NiNsees Antoin Deul: nog lange weg naar het beloofde Nederland

"Anti-zwart racisme is geworteld in het Nederlands verleden van koloniale overheersing, onderdrukking en slavernij. Er is veel te weinig erkenning en aandacht voor het Nederlands slavernijverleden en de bittere erfenis van deze misdaad tegen de menselijkheid; een verleden dat diepe sporen heeft nagelaten in onze instituties, taal, beeldvorming, kunst & cultuur en dat ons empatisch vermogen negatief beïnvloed.”

Woorden van NiNsee voorzitter Antion Deul afgelopen zaterdag tijdens de nieuwjaarsreceptie van de organisatie in Amsterdam. Zo’n 100 mensen woonden het evenement bij in De Bazel.

Deul was kritisch over het politieke klimaat dat anti zwart racisme aanwakkert.  “Het is duidelijk dat er de afgelopen jaren een andere politieke wind is gaan waaien in Nederland,” zei hij en citeerde voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer: ''Het politieke tij in Nederland is racistisch. Dan heb ik het niet over één partij maar over de stemming in Den Haag.”

Deul hekelde dat onverantwoordelijke politici en voorbeeldfiguren, onder het mom van vrijheid van meningsuiting een klimaat creëren waarin het mogelijk wordt om zwarte mensen ongestraft te beschimpen en te intimideren. “Ongefilterd kunnen individuen zich op verschillende media racistisch uitlaten terwijl 200 vreedzame anti-zwarte piet demonstranten bij de intocht van Sinterklaas op 12 november 2016 massaal gearresteerd en gecriminaliseerd worden. Het recht op demonstratie en vrije meningsuiting van zwarte mensen werd op meerdere plaatsen in Nederland geschonden. Recht op demonstreren en vrijheid van meningsuiting is een grondrecht waar veel Nederlanders hard voor gevochten hebben. Ook de rechten van zwarte Nederlanders moeten worden gewaarborgd en beschermd,” eiste hij.

“Aangiften van (anti-zwart) racisme worden niet of nauwelijks in behandeling genomen en leiden dus niet tot vervolging.”

NiNsee voorzitter Antoin Deul (rechts), met bestuurslid Marian Markelo en de Amsterdamse wethouder Simone Kukenheim De NiNsee voorzitter gaf aan dat een onderzoek van de Nijmeegse universiteit heeft uitgewezen dat steeds meer Nederlanders instemmen met grove negatieve uitspraken over etnische minderheden. “Een zeer zorgelijke ontwikkeling. Dit anti-zwart racisme is een hardnekkig kwaad dat knaagt aan de wortels van een rechtvaardige samenleving en dient ten alle tijde krachtig bestreden te worden,” zei hij en bekritiseerde ook het OM: “aangiften van (anti-zwart) racisme worden niet of nauwelijks in behandeling genomen en leiden dus niet tot vervolging.”

De NiNsee voorzitter constateerde dat er nog een lange weg te gaan valt naar het beloofde Nederland van gelijke kansen voor iedereen ongeacht ras, geslacht, sexuele voorkeur of godsdienst en waar “onze kinderen als ze op zoek gaan naar een baan niet beoordeeld worden op hun huidskleur of achternaam, en waar ruimte komt voor erkenning van ons slavernijverleden.”

“Dat vraagt om leiders met een visie. Leiders die een inclusieve samenleving willen bouwen waar diversiteit gezien wordt als een kracht en bron van inspiratie. Leiders die niet voor electoraal gewin gaan en bezorgde burgers naar de mond praten, maar doen wat juist is en zich uitspreken als het er toe doet. Dat vraagt om inzicht en bereidheid van de witte instituties zoals de politiek, vakbond, onderwijs, media om de witte privileges te bevragen, het denken te transformeren en te dekoloniseren. De weg is lang maar ik ben ervan overtuigd dat als we onze krachten bundelen en onze stem gebruiken dat beloofde Nederland er komt.”

Hij zei dat er in dat “beloofde Nederland” ook ruimte is voor een goed gefinancierde NiNsee en de oprichting van een Iconisch Zwart Museum een Symbool voor onze gedeelde geschiedenis, voor contemporaine zwarte kunst, voor een zwart archief. “Kortom een ontmoetingsplek waar de identiteit van Nederland heel wordt, compleet wordt en gevierd wordt. Een plek van Verbinding waar het verleden verbeeld en verteld wordt en een brug bouwt naar een gedeelde toekomst.”

Deul blikte met tevredenheid terug op zijn eerste jaar als voorzitter van het NiNsee en blikte vooruit naar 2017. “Met weinig middelen hebben we onze kerntaken succesvol uitgevoerd in 2016. We zijn volop in de media geweest in Nederland, op Curaçao en in Suriname. De gesprekken met de Rijksoverheid hebben geleid tot hernieuwde steun in de vorm van projectsubsidie. Dit is een eerste goede stap naar ons doel namelijk structurele financiering van het NiNsee,” zei hij.

Voor 2017 zei hij dat er veel op het spel staat. “Het NiNsee moet de volgende stap maken in het verder professionaliseren van de organisatie. Daartoe hebben we met een organisatiedeskundige gekeken hoe we de slagkracht van onze organisatie kunnen vergroten. Daarnaast gaan we verder opzoek naar bestuurlijke versterking.

Educatie wordt een belangrijke prioriteit; Er zal stevig worden ingezet op het verankeren, het levend houden en inzichtelijk maken van het slavernijverleden aan de hand van educatietrajecten voor basisschoolleerlingen. Verder zal het Netwerk Slavernijverleden, waarin naast het NiNsee, het Amsterdam Museum, de Vrije Universiteit en het Bijlmerparktheater, als trekkers fungeren, verder worden uitgebouwd rond een aantal educatieprojecten.

“Uiteraard worden de kerntaken van het NiNsee, het organiseren van de Nationale Herdenking van het slavernijverleden en de viering van de afschaffing gecontinueerd. Op 30 juni wordt een dag van bezinning georganiseerd. De Nationale Herdenking zal nu plaatsvinden op 1 juli, de Keti Koti bevrijdingsviering ongewijzigd op 1 juli en de Tula herdenking op 13 en 17 augustus. De herdenking zal de komende jaren ook uitgebreid worden naar een aantal andere provincies.

“De NiNsee Salons een lezingencyclus vormen in 2017 een kernmoment voor lezingen en debat. Op 24  mei hebben we bv een Internationale lezing en boekpresentatie door Prof. Sophie Oluwole, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Lagos, Nigeria.  

De Black Achievementh month willen we een vast vervolg geven op de jaarlijkse cultuur agenda en zal elk jaar langzaam uitgebreid worden naar andere steden.”

Clarence Seedorf heeft zijn “zachte kracht,  verbindend leiderschap en grote wijsheid een cruciale rol heeft gespeeld.” 

Deul zei dat er ook hoge prioriteit gegeven zal worden in 2017 aan de dialoog met het komende Kabinet om de Nationale Herdenking van het Slavernijverleden waardige erkenning te laten krijgen. Hij noemde het protest dat losbarstte tijdens de Herdenking vorig jaar en zei dat hij het plaatst onder de noemer “eens en nooit meer.”

“Wij de nazaten van tot slaafgemaakten zouden de handen in een moeten slaan en samen moeten strijden voor gelijke kansen. Dat zijn we onze voorouders verplicht die hun leven hebben gegeven zodat wij in vrijheid kunnen leven. Een “vrijheid “die sinds de afschaffing van de slavernij elke dag weer bevochten moet worden,” zei hij.

Hij sprak erkentelijkheid uit voor Clarence Seedorf die met zijn “zachte kracht,  verbindend leiderschap en grote wijsheid een cruciale rol heeft gespeeld in het tot stand komen van het akkoord.” Deul: “Het NiNsee is erg blij met het akkoord dat bereikt is.”