Landbouwproject in Rwanda wint prijs voor innovatie, ontwikkeling

Een landbouwproject dat Rwanda uitvoert in samenwerking met de Belgische Ontwikkelingssamenwerking is als een van de tien finalisten geeindigt in een internationale wedstrijd van de de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), genaamd 'Taking development innovation to scale'.

De prijs, die woensdag 9 maart in Parijs is uitgereikt door een internationale jury, is een grote zichtbaarheid voor het project en een officiële erkenning vanwege de OESO en de internationale gemeenschap.

De OESO wil met deze prijs onderstrepen hoe belangrijk het is om goede ideeën die hun nut bewezen hebben, ook op te schalen. Innovatie is cruciaal, maar je moet verder gaan en de goede oplossingen systematisch en strategisch toepassen op grotere schaal.

Dat is precies wat het Rwandese landbouwproject van BTC heeft gerealiseerd en daarom was het ook genomineerd als een van de tien finalisten. 

Een idee van FAO

Landbouw is in Rwanda de eerste economische activiteit (vooral voor vrouwen) en de belangrijkste bron van inkomsten voor de meeste gezinnen op het platteland. De landbouw voorziet in 90% van de nationale voedselbehoeften en zorgt voor meer dan 70% van de inkomsten uit export.

In het dichtbevolkte Centraal-Afrikaanse land beschikt ieder gezin maar over een half hectare landbouwgrond, en daarom is het cruciaal om de teelt van gewassen te optimaliseren en de productiviteit op te krikken. Maar hoe begin je daaraan in een dorp waar niemand over technische kennis beschikt? En hoe bereik je dan niet één, maar duizenden landbouwers?

BTC en de Rwandese overheid sloegen in 2009 de handen in elkaar om een opleidingssysteem voor de Rwandese landbouwers op te zetten. Daarvoor gebruikten ze de zogenaamde veldscholen (Farmer Field Schools), een methodologie die in de jaren 1980 ontwikkeld werd door de FAO.

De plant is de leerkracht

De eerste inspanningen waren erop gericht om een aantal boeren op te leiden tot goede en gedreven begeleiders, zodat zij nadien op hun beurt andere boeren konden opleiden. De boeren wordt niet gezegd wat ze moeten doen, ze leren door te observeren en te experimenteren, in het veld. De grote kracht van de veldscholen is dat de landbouwers het vertrouwen krijgen om zelf beslissingen te nemen, om zelf oplossingen te zoeken voor hun problemen en op die manier sterker staan om de uitdagingen van de toekomst tegemoet te zien. Het veld is de school en de plant is de leerkracht.

In de eerste fase van het project (2009-2011) werden 25.000 Rwandese boeren bereikt. Intussen, vijf jaar later, hebben al meer dan 200.000 boeren kennisgemaakt met de veldscholen. En sinds 2014 heeft de Rwandese overheid het ambitieuze extensieprogramma Twigire Muhinzi opgezet om tegen 2020 maar liefst 1,7 miljoen boeren op te leiden.

Drie kwart van de begeleide landbouwersgroepen (die voor 53% uit vrouwen bestaan) meldt dat de productie en de inkomsten ten minste 50% zijn gestegen. En er zijn ook bijkomende voordelen op te tekenen: de boeren gebruiken minder pesticiden, ze organiseren spaarkassen om gezondheidszorg te betalen en bespreken thema's als aids en gezinsplanning.

Bron: diplomatie.belgium.be/