JOE EN MELANIE, EEN MIXED COUPLE

 

Melanie met Surinaamse roots. Joe uit Ghana.
Interview 2 uit de serie 'Mixed Couples', door 

Melanie: Ik was niet op zoek of zo maar bij Joe voelde ik wel iets. Ik dacht, oké, hij sport, hij heeft werk, hij heeft een auto en hij heeft géén kinderen. Daar keek ik wel naar. Hij moest wel iets te bieden hebben. Hartstocht kwam echt pas later. De hartstocht groeide toen ik zag hoe gezond hij was en hoe lief. Dat maakte dat ik echt verliefd op Joe ben geworden.

Ik maakte kennis met Joe en Melanie bij Fightmasters, de sportclub van Deekman en Veerkamp. Een aantal dames van de recreatie-groep zag mijn oproep wel zitten. Melanie was direct enthousiast om mee te werken aan een interview over gemengde stellen of zoals ik het noem: Mixed Couples.

We willen gewoon diversiteit. We willen de kinderen leren inzien dat Ghanees, Surinaams en Nederlands allemaal prima samen gaan.

Ze wilde wel eerst overleggen met haar man. Die had er geen bezwaar tegen dus spraken we af in de lobby van Van der Valk. Op de afgesproken tijd kwamen ze aanzetten.

Het hele gezin. Melanie, een Surinaamse van Creoolse afkomst, met een stevig, getraind figuur. Joe een Ghanees, gladgeschoren en ongelofelijk gespierd. En hun twee kinderen van vijf en negen jaar. Tijdens het gesprek lette vooral Joe op de kinderen. Zij rekenden in de loop van de middag de hele hotellobby tot hun speelterrein.

Joe en Melanie woonden toen ze elkaar op de sportschool ontmoetten in Amsterdam Zuid-Oost. Joe viel op haar om haar karakter. Melanie: Je zag me op de loopband hollen en jij dacht wat een mooi karakter heeft ze.

We moeten daar alle drie om lachen. Daarmee is de spanning voor dit interview gebroken.

Joe kende de Surinaamse cultuur in Zuid-Oost. Hij verstond het Surinaams en was bekend met de Surinaamse gewoontes. Hun cultuur verschilde voor hem niet zoveel van zijn cultuur. Joe komt uit een traditioneel gezin. Ghanese vader en moeder. Twee broertjes en een zusje.

Joe: Het was een strenge vader. Hij had alles voor het zeggen. Hij bepaalde alles. Als kind had je heel weinig te vertellen en je ouders hadden altijd gelijk. Dat wilde ik niet. Je moet zeggen wat je wilt zeggen. Je kunt een hoop leren van elkaar. Ik merk dat verschil qua opvoeding nu we zelf kinderen hebben. We proberen daarin de balans te vinden. Niet alles is goed van één cultuur, niet alles is fout. Je moet het goede eruit zien te pikken.

Melanie: Bij Ghanezen is de oudste zoon een echte vaderfiguur. Joe nam zijn taak heel serieus. Hij heeft geknokt voor de vrijheid die zijn broertjes en zusje nu genieten. Hij verdiende daar ook respect mee. Respect is echt belangrijk voor verhoudingen in het gezin.

Joe: Ik ga elk jaar naar Ghana. Het is toch een soort thuisbasis voor me. Ik heb daar veel familie. Ik probeer ze financieel te ondersteunen omdat ze het niet breed hebben. Ik ondersteun ze ook met raad en daad.

Ik vraag Joe wat hij mee terug neemt naar Nederland.

Joe: Ik neem de mentaliteit van doorgaan en van niet zo snel opgeven mee. Over het algemeen vind ik Nederlanders klagers. Ze doen vaak alsof ze bijna overspannen zijn. In Ghana kan dat niet. Je moet keihard bikkelen.

Melanie komt uit een gezin, met een vader, moeder en drie kinderen. Zij is de middelste.

Melanie: Eigenlijk verschilden we niet heel veel. Ik had ook strenge ouders. Alleen ik pikte dat niet. Ik ging er tegen in. Daarom verliet ik op mijn zestiende het huis.

Ik: Toen kwam je iemand tegen uit een andere cultuur die ook een strenge opvoeding gekregen had.

Melanie: Ik was wel heel nieuwsgierig hoe hij het vroeger heeft gehad. En hoe hij dat nu wilde doen.

Melanie: We hebben veel gesprekken gevoerd over hoe wij het samen wilden. Vroeger als wij het niet met de ouders eens waren dan was het van jammer voor je. Ik heb nooit mogen vragen, waarom niet. Dat mocht je wel vragen maar dan kreeg je als antwoord, dit is hoe het is. Wij hebben toen tegen elkaar gezegd, wij willen onze kinderen wel gewoon dingen uitleggen. Als ik ze iets verbied dan leg ik uit waarom.

Ik vraag aan Joe of hij iets specifieks van de Ghanese cultuur heeft meegenomen. Melanie reageert direct. Zij wil daar graag iets over zeggen. Ze kijkt Joe aan.

Melanie: Wat jíj hebt mee genomen is aandacht en liefde. Ik weet nou niet of het Ghanees is of dat jij dat alleen hebt. Jij hebt geïnvesteerd in de kinderen, omdat het in je omgeving, zeg maar, van alleen maar werken, werken en geld verdienen was. Niet omdat het negatief was maar het moest gewoon. In die tijd moesten zijn ouders en iedereen gewoon keihard werken om brood op de plank te brengen. Dat doe je nu ook maar nu werk je keihard voor de kinderen, voor ons. En als er tijd extra is besteed je die aan je kinderen.

Joe: Klopt. Aandacht en liefde. Ik vind het belangrijk dat ze het gevoel hebben dat pappa er altijd voor ze is. Ik ben ook helemaal tegen oppassen en overblijven.

Melanie: Ja daarin verschillen we inderdaad. Ik was wat makkelijker. Ik was van mening dat we ook tijd voor elkaar nodig hebben. Dan nemen we een oppas. Maar hij zei ‘het zijn onze kinderen, wij moeten het zelf doen’.

Joe: Ik denk dat mensen daar te makkelijk over denken.

Melanie: Ik heb altijd geleerd dat je voor jezelf moet kunnen zorgen. Dus niet dat ik een man zou nemen die mij verzorgt en als die man wegvalt heb ik niks. Mijn moeder heeft me geleerd je moet op je eigen benen kunnen staan. Ik vind het belangrijk dat ook je partner op zijn eigen benen staat. Dat we elkaar wel iets te bieden hebben. En niet dat een man je alleen maar tot last is. Er is een tante die heeft mij echt geleerd dat je moet doorgaan tot je de juiste hebt gevonden. Het maakt niet uit. Al heb je 40 mannen gehad je hoeft niet ongelukkig samen te leven met een man. Heel veel Surinaamse vrouwen zitten met een heleboel kinderen omdat ze het elke keer weer opnieuw proberen. Maar ze pikken het gewoon niet van die mannen. Bekijk het maar, ik doe het zelf wel.

Ik: Surinaamse vrouwen zeggen weleens, mijn partner is mijn diploma.

Melanie: Klopt. Je moet getrouwd zijn met je diploma en je partner komt daarna. Dat papiertje is het belangrijkste. Dan de rest. Die man is er voor erbij.

Ik kijk naar Joe. We lachen alle drie.

Melanie: Hij vindt het niet erg. Hij heeft het prima gedaan. Ik ben er nog steeds.

Ik: Hoe zien jullie jezelf in deze witte maatschappij. Ongewild breng ik toch de pietenkwestie ter sprake.

Melanie: Wat me opvalt met die pietenkwestie is dat de donkere gemeenschap zich wel redelijk inhoudt. Het wordt allemaal heel erg opgeblazen. Maar als je gaat protesteren of wat je ook doet, wees verstandig. Ga je niet zo te kijk zetten. Ik meng me er eigenlijk zo min mogelijk in en denk zoek het uit. Het is een kinderfeestje en het moet leuk blijven.
Melanie: Ik heb wel zoiets als er mensen zijn die zich beledigd voelen en wij kunnen daar wat aan doen met z’n allen. Zeg sowieso niet dat het hele feest afgeblazen moet worden of weet ik wat. Dat vind ik ook zwaar onterecht. Het moet niet gekker worden. Maar als je ziet wat voor haat er naar boven komt. Dat is gewoon heel jammer.

Melanie: Ik denk dat wij ons heel erg aanpassen aan de westerse cultuur. (Joe knikt, Ja.) Wij blijven niet echt heel erg vasthouden aan, dit is Ghanees of dit is… We doen niets met onze Surinaamse of Ghanese kant. Wij werken. We hebben gestudeerd. Als je kijkt naar de school van de kinderen dan doen we mee met alles tot en met de avondvierdaagse. Je ziet wel dat sommige ouders uit andere culturen niet zo erg betrokken zijn bij de school. Het is meer van deze tijd dat iedereen meedoet. En zich aanpast. Dat zie je steeds meer.

Melanie: (behoedzaam) Het zit zo, je hoort van anderen dat je misschien net iets meer moet doen omdat je niet blank bent. Dat je je wat meer moet bewijzen. Op school. Op het werk.

Er wordt ook op een bepaalde manier naar je gekeken. (Joe knikt: ja). Je moet je toch hoe dan ook bewijzen. Ik werk op een afdeling kinderpsychiatrie. Ik ben de enige Surinaamse. Ik ben aangenomen juist omdat ik van buitenlandse afkomst ben. Als je kijkt naar de doelgroep dan heb je te maken met veel buitenlandse gezinnen. Die nemen ook niet meer alles aan van wat de witten allemaal zeggen. Dat is dus in mijn voordeel.

Ik vraag aan Melanie en Joe naar wat voor school ze hun kinderen sturen.

Melanie: Wij kiezen bewust voor een gemengde school. De school moet niet te zwart zijn. Dat is geen vooroordeel, je ziet gewoon dat het dan een verkeerde kant op kan gaan. Te zwart kan ook prima zijn. Maar als je te zwart hebt met een bepaalde sociale klasse (Melanie maakt haar zin niet af). Wat wij de kinderen willen meegeven is dat het niet alleen maar dit of alleen maar dat is. Ze moeten met iedereen kunnen omgaan. We willen gewoon diversiteit. We willen de kinderen leren inzien dat Ghanees, Surinaams en Nederlands allemaal prima samen gaan.

Ik: Ben je niet bang dat wanneer ze werk gaan zoeken ze ineens zwart zijn?

Melanie: Nee want we hebben ze geleerd hoe ze zich moeten positioneren op het werk. Ze staan daar als persoon. Niet als Surinamer of als Ghanees maar als deskundige. Zo moeten ze zichzelf neerzetten. Dat stuk Ghanees of wat dan ook dat komt later. Ik doe mijn werk niet als Surinaamse. Ik doe mijn werk als deskundige.

Worden jullie als Mixed Couple nieuwsgierig bekeken, vraag ik me af.

Melanie: Volgens mij is dat wel zo in Ghana als je een lichtere huidkleur hebt. Dan denken ze dat je meer status hebt. Vrouwen in sociaal hogere klassen gebruiken een bepaalde crême om er lichter uit te zien. Ze denken dat het mooier is. Dat is er ingeslepen. Als ik daar rondloop dan roepen ze ook ‘oijobruni’ tegen mij. Vaak ga ik de discussie aan, waarom moet je dat zeggen. Als ik scheld dan ga ik toch ook niet zeggen, hé zwarte. Maar dat is toch iets wat er in is geweven. Dat raken ze nooit kwijt. 

Joe: Nee
Melanie: Misschien over een paar tig jaar.

Als afsluiting vraag ik of zij zelf de term Mixed Couples gebruiken.

Melanie: Nee. Nou alleen om een beetje op te scheppen, ook tegen de kinderen. Zo van, jullie zijn halfbloedjes. Jullie zijn half omdat ik het juist mooi vind. Ze vragen elke keer vertel wat over Ghana. Vertel iets over Suriname. Ik heb niet in Suriname gewoond dus veel kan ik daar niet over vertellen. Ik wil ook echt dat hij ze Twi leert praten. Ze moeten kunnen communiceren met hun familie. Ik gebruik ook Surinaamse woorden en ik kook Surinaams en Ghanees. Ik vind het belangrijk dat ze weten waar ze vandaan komen ook al wonen ze in Nederland en worden ze westers opgevoed.

Melanie: Het is grappig, bij de geboorte van onze kinderen heb ik gezegd, oké wat moeten we nu doen? Wat schrijft jouw cultuur voor als een kind geboren wordt? Wat doe je dan? Dopen, besnijden? Dat viel tegen. Hij zei ik vind alles goed. In Suriname geef je een bottokitie dat staat dan weer voor een anker waardoor je sterk staat in het leven. Bij een andere gebeurtenis vroeg ik weer, ja maar moeten we nu echt niet iets?

Joe: Nee.

Eddie Del Prado interviewt Mixed Couples. De artikelen die hieruit voortvloeien zal hij in boekvorm uitgeven. Feelings, not only facts! Deze column gaat over de gevoelens die bij Mixed Couples leven en niet alleen over feitjes en weetjes, bijvoorbeeld, er zijn zoveel Mixed Couples die zus of zo doen. Daar zijn andere bronnen voor. Ik heb de woorden en zinnen willen vangen die verduidelijken waarom een Mixed Couple van elkaar houdt en hoe ze met hun culturele en etnische verschillen omgaan.