Arme landen vangen meeste vluchtelingen op

Eind februari lanceerde de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR haar ‘Mid-Year Trends 2016’-rapport. Daaruit blijkt dat het merendeel van de vluchtelingen opgevangen wordt in lage- en middeninkomenslanden. Drie van de top tien gastlanden zijn arm. Duitsland is het enige hoge-inkomensland.

Conflicten, vervolging en geweld joegen minstens 3,2 miljoen mensen op de vlucht in de eerste helft van 2016. 1,7 miljoen waren ontheemd binnen hun eigen land en 1,5 miljoen stak een internationale grens over. Meer dan de helft van de nieuwe Syrische vluchtelingen trok naar buurlanden Turkije, Libanon, Egypte en Jordanië. Andere relatief grote groepen ontvluchtten Irak, Burundi, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Eritrea, Somalië, Zuid-Soedan en Soedan.

De meeste onder hen vonden onderdak in lage- en middeninkomenslanden. Turkije ving de meeste vluchtelingen ter wereld op, zo’n 2,8 miljoen. Gevolgd door Pakistan (1,6 miljoen), Libanon (1 miljoen), Iran (978.000), Ethiopië (742.700), Jordanië (691.800), Kenia (523.500), Oeganda (512.600), Duitsland (478.600) en Tsjaad (386.100).

In verhouding tot hun bevolking, tellen Libanon en Jordanië het grootste aantal vluchtelingen. Op vlak van economische prestaties dragen Zuid-Soedan en Tsjaad de grootste last. De top tien gastlanden vingen in de eerste helft van 2016 bijna 10 miljoen vluchtelingen op, dat komt overeen met bijna 60% van het totaal aantal vluchtelingen onder het mandaat van UNHCR.

De grootste uitdagingen voor de migratiecrisis liggen op politiek vlak. Nationalistisch verzet in rijke landen vormt een belangrijke drempel voor vluchtelingen om zich daar te vestigen. Er is momenteel een crisis in solidariteit en samenwerking aan de gang.

Lees het