Afro American History and Culture Museum I Hoe Amerika haar zwarte DNA omarmde

Door Marvin Hokstam

Er is een volgorde die je moet aanhouden als je het Nationaal Museum voor Afro Amerikaanse Geschiedenis en Cultuur (NMAAHC) bezoekt in Washington DC. Wanneer je de enorme lift binnenloopt en de bewaker aankondigt dat je drie etages zal dalen -terug naar het jaar 1400-, en dat je vandaaruit terug zal moeten lopen naar het heden, doe dan gewoon wat zij zegt. “Get your history on.”

Doe je het niet, en ga je de tegenovergestelde richting op, vanuit de verworvenheden van Afro Amerikanen, langs een tentoonstelling over onderdrukking en segregatie, naar een periode toen zwarte mensen nog tot slaaf gemaakt waren, dan vertrek je wellicht depressief uit het magnifieke gebouw. Of verward. Of misschien zelfs boos.

Neen. Houd liever de volgorde aan en daal af met de lift naar de uiterste kelder diep ondergronds, die vol zit met informatie, foto’s, video’s en kunstvoorwerpen uit het begin van de slavernij. Toen Europeanen Afrika binnenvielen en mensen tegen hun wil in gingen ontvoeren naar Amerika. Toen mensenhandel een business werd, welke landen erin betrokken waren en waar de basis gelegd werd voor een rassenscheiding waarin Afrikanen handelswaar werden.


"Laat je emoties gerust de vrije loop tijdens je wandeling door het museum. Het zal je opvallen dat je niet de enige bent."


All people are equal

Halverwege deze etage, in de tentoonstelling van de United States Declaration of Independence staat een bronzen standbeeld van de vrij onbekende maar baanbrekende astronoom Benjamin Banneker. “Banneker daagde bestaande stereotypen over de intelligentie van zwarte mensen uit” staat erbij. “Hij schreef in 1701 naar founding father Thomas Jefferson en wees hem op dat hij als slaveneigenaar zichzelf tegensprak toen hij in de declaration schreef ‘all people are equal.”

In een vitrine is de witte geborduurde sjaal van de legendarische Harriett Tubman te zien, die met haar “Underground Railroad” duizenden mensen uit slavernij hielp ontsnappen. Een houten slavenhuisje uit het Alabama van 1857, staat erachter als een stille getuige uit die periode. Abolitionist Frederic Douglas deelt een vitrine met President Abraham Lincoln in de tentoonstelling over vrije zwarte mannen die door de Noordelijke Staten werden ingelijfd om te gaan vechten in de burgeroorlog.

Een wirwar van gangen voert naar de periode na de afschaffing van de slavernij, toen zwarte mensen vrij waren maar toch gemarginaliseerd werden door de Jim Crow wetten; een hele muur vol wetten die bepaalden waar zwarte mensen mochten wonen, werken en waar hun kinderen naar school mochten, in een periode dat ze vermeend vrij waren onder een constitutie die gelijkheid predikte.

Toen segregatie desalniettemin wet was en de Klu Klux Clan naar hartenlust zwarte mensen vermoordde.

Er staat een heuse treincoupe uit die periode, in tweeën gedeeld met aparte kranen en toilet ruimtes voor witte en zwarte mensen. 

Naast de tentoonstelling over de Negro Renaissance -de periode rond het begin van de 20-ste eeuw, toen zwarte mensen de marginalisatie ontvluchtten naar de grote steden en daar een nieuwe bruisende zwarte cultuur ontwikkelden-, staat een kast vol beeldjes, foto’s en affiches uit dezelfde periode waarin ze belachelijk werden uitgebeeld door minstrels, zwart geschminkte witte acteurs, met geaccentueerde dikke rode lippen.

De uitleg bij deze vitrinekast: “Het Doel van Stereotypes. Aan het eind van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw, was het normaal om racistische afbeeldingen te plaatsen op voorwerpen die voor dagelijks gebruik bedoeld waren, zoals zout en peper shakers en advertenties. Deze afbeeldingen dienden maar één doel: rechtvaardiging van de mishandeling van Afro Amerikanen en de logica van segregatie. Ze toonden Afro Amerikanen als dom, lui en onbetrouwbaar, en tegelijkertijd lieftallig en kinderlijk; mensen die beheerd moesten worden door witte mensen zodat ze zichzelf en anderen geen pijn deden.”

Een regelrechte terechtwijzing naar de beweging die beweert dat zwarte Piet een onschuldig karikatuur is. Bewijs voor de beweging die zegt dat blackface beledigend, racistisch en achterhaald is.


 

Een ode aan het verzet

Links daarvan prijkt een indrukwekkende tentoonstelling over de opkomst van het verzet, met video’s en foto’s van onder andere Martin Luther King, Malcolm X en de Black Panther Party. “If you can't fly then run, if you can't run then walk, if you can't walk then crawl, but whatever you do you have to keep moving forward,” zegt King door de speakers. Een inspirerende tentoonstelling maar tegelijkertijd een frustrerende herinnering aan de constante uitdagingen die zwarte mensen voor de voeten geworpen werden.

Somber en verscholen in een stille hoek is de Emmet Till Memorial; de 14-jarige jongen werd gelyncht in 1955, omdat hij had gefloten naar een witte vrouw. Zijn moordenaars werden niet berecht. Pivotaal in de tentoonstelling is zijn doodskist, dezelfde bronskleurige open kist waarin zijn moeder Mamie Carthan Till zijn verminkte lichaam had laten opbaren.

Bij de uitgang vertelt ze op een televisiescherm: “De begrafenisondernemer zei dat er dingen waren die hij kon doen zodat Emmet er beter uitzag in zijn kist. Ik zei nee! Laat de wereld zien wat de moordenaars met mijn jongen hebben gedaan.” Een onbaatzuchtig besluit dat één van de meest significante daden van protest in Amerikaanse geschiedenis genoemd wordt. Een belangrijke katalysator voor de burgerrechtenbeweging.

Het wordt gezegd dat Mamie Tills dapperheid niet lang daarna Rosa Parks in Montgomery de moed gaf om te weigeren plaats te nemen achterin de bus waar zwarte mensen volgens de wet hoorden te zitten. Imponerend is de display met de simpele gele jurk met bloemetjes die ze droeg op die bewuste dag.

Laat je emoties gerust de vrije loop tijdens je wandeling door dit deel van het museum. Het zal je opvallen dat je niet de enige bent.

“Hm hm hm. My my my. Oh my!”

Die zucht van pijn en schrik die mensen slaken wanneer ze iets verschrikkelijks zien maar er machteloos tegenover staan, zal je uit meerdere monden om je heen horen komen, zachtjes. Bijna oorverdovend is het hulpeloos gefluister van bezoekers in deze plechtige tentoonstelling over de gruwelijkheden waaraan mensen niet lang geleden andere mensen onderwierpen.  


"Als er één instituut is dat mag gelden als bewijs dat er een Museum voor Afro Nederlandse Geschiedenis en Cultuur moet komen, is dit museum het wel. "


Een wereldcultuur beïnvloed 

Het begin van de volgende etage start met een enorme foto van Barack Obama. “A changing era: 1968 and beyond” heet dit deel dat toegewijd is aan de verworvenheden van de Afro Amerikanen de afgelopen jaren.

Filmsterren, muzikanten en andere celebraties wisselen elkaar af. Obama, de eerste zwarte president van Amerika en zijn vrouw Michelle zijn hier het middelpunt. Er is momenteel ook een tentoonstelling gaande over Oprah Winfrey.

Deze afdeling is een ode aan hoe ver zwarte Amerikanen gekomen zijn ondanks de eeuwenlange uitdagingen die hen in de weg werden gelegd. Aan de invloed die zwarte mensen hebben op de wereldcultuur.

“Global Impact” heet dit deel passend. Bij de uitgang een grote marmeren plaat waarop gebeiteld de observatie “Aangezien zwart zijn in Amerika nog steeds evolueert zullen alle manieren waarop zwarte mensen de wereldgeschiedenis en cultuur beïnvloeden ook evolueren.” Met andere woorden: we zijn nog niet klaar. Kippenvel.

Context

Ja, als je langs de volgorde gaat die de bewaker aan het begin aangeeft, vanuit de diepste dieptes van het Museum of Afro American History and Culture naar haar hoogtepunten, dan kan je Afro Amerikaanse geschiedenis in de juiste context plaatsen en snap je een heleboel beter.

Dan sta je versteld van de veerkracht van mensen van wie eeuwenlang alles afgepakt is. Die hun vrijheid opeisten en niet bij de pakken gingen neerzitten toen ze het terugkregen, maar de wereld gingen beïnvloeden. 

Dan ben je trots op mensen die zich blijven verzetten ondanks alles dat ze bereikt hebben, omdat je dan doorhebt wat ze hebben moeten doorstaan om het te bereiken. Hoe ze doorzetten om rechtvaardigheid voor de wereld te bewerkstelligen, ondanks alle tegenstand die ze kregen.

Dan loop je er met opgeheven hoofd uit.

Ondanks haar lading is het museum geen boos of droevig gebouw. Integendeel. Het vertelt het verhaal over de rijkdom en diversiteit van de Afro Amerikanen, wat het betekent om zwart te zijn in deze natie en hoe zwarte mensen hielpen Amerika te vormen tot wat het is. Een trots testament aan mensen die ook aan de grondslag liggen van de DNA van de VS, terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling was geweest. Een bedevaartsoort bijna.


Een les voor Nederland

Met haar collectie van bijna 37,000 voorwerpen -die elk een verhaal over de Afro-Amerikaanse geschiedenis vertellen- is het tegelijkertijd het geheugen van Afro Amerikanen en het geweten van Amerika. Een instituut dat nodig is in deze periode waarin de intoleranten van toen onder een nieuwe naam proberen hun vermeende dominantie op te dringen aan de wereld.

Het mag gezegd worden: Als er één instituut is dat mag gelden als bewijs dat er een Museum voor Afro Nederlandse Geschiedenis en Cultuur moet komen, is dit museum het wel.

Zoals Amerika met dit instituut gedurfd heeft haar verleden te omarmen om haar heden te onderwijzen hoe de toekomst te beïnvloeden; daar zit een les in. De bewaker aan het begin zei het ’t best: “Iedere keer als ik aan het werk ben leer ik iets nieuws.”

Het Museum werd op 24 september 2016 geopend door de toenmalige president Barack Obama. Het is gevestigd aan Pennsylvania Ave in Washington D.C., op een steenworp afstand van the White House, maar gezien de huidige bewoner van de imposante Amerikaanse presidentswoning is de keus welke van de twee te bezoeken een no-brainer.